Om discussies bij de afrekening te vermijden, is een duidelijk contract belangrijk. Hierin staat zowel de wijze van factureren als betalen vermeld. Ook de annulatievergoeding wordt best duidelijk omschreven. Tot slot worden gevallen waarin de waarborg wordt ingehouden, ook best vermeld.
Om de effectieve kostprijs van aardgas te berekenen, moet de eenheid op de meterstand omgezet worden naar de eenheid vermeld op de factuur. Omdat 1m³ aardgas ongeveer 11 kWh (kilowatt uur) is, wordt het verschil tussen beide meterstanden vermenigvuldigd met het getal 11.
De waterfactuur is een geïntegreerde factuur. Dit wil zeggen dat de milieuheffing erin vervat zit. Ze bestaat uit een een vaste abonnementsprijs per jaar, een bijdrage voor de productie en levering van water, een gemeentelijke bijdrage en een bovengemeentelijke bijdrage. Wie zelf in waterzuivering voorziet, kan op deze laatste bijdrage eventueel een korting krijgen. Ook hier wordt met tussentijdse voorschotfacturen gewerkt, waarna een slotfactuur wordt opgemaakt.
De bijdragen zijn vaste bedragen per m³ water en verschillen van gemeente tot gemeente.
Voor regen- en putwater kan er ook een saneringsbijdrage gevraagd worden omdat je het water gebruikt en dus ook vervuilt. Daarom moet je de eigen waterwinning melden aan de Vlaamse Milieumaatschappij.
Wie maaltijden aanbiedt, kan bijna onmogelijk energie apart factureren. Voor zelfkook is dit dan weer wel aangewezen.
Factureren kan op twee manieren, ofwel met een forfait ofwel aan de hand van het effectieve verbruik. Het forfait heeft als voordeel dat de groep voordien de kostprijs kent. Het nadeel is dat zuinig verbruik niet wordt beloond. Daarom geniet het factureren aan de
Vergeet tot slot bij het effectieve verbruik van zowel elektricteit, gas als water ook de btw niet door te rekenen.
Lees meer over prijsbepaling in HuisWerk.
In 2005 is er een wettelijk kader uitgewerkt voor vrijwilligerswerk. In 2006 werd de wet meteen aangepast. Een up-to-date brochure is te raadplegen via de Koning Boudewijnstichting.
In ons tijdschrift hadden we uiteraard aandacht voor de gevolgen die de nieuwe wet had voor het jeugdtoerisme.
Lees meer over de wet uit 2005 in HuisWerk.
Lees mee over de aanpassingen uit 2006 in HuisWerk.
Als vrijwilligers af en toe kosten maken, kan je dit op twee verschillende manieren vergoeden. Je kan hen vragen hun reële kosten te bewijzen en deze terugbetalen. Een tweede werkwijze is om gebruik te maken van een forfaitaire kostenvergoeding. Deze forfaits zijn uiteraard niet onbeperkt, hiervoor gelden plafonds die jaarlijks worden geïndexeerd. Als je per vrijwilliger de grenzen niet overschrijdt, zijn de vergoedingen niet belastbaar en niet onderworpen aan RSZ.
In principe kan een vrijwilliger een reële kostenvergoeding en een forfaitaire kostenvergoeding niet combineren. Dit principe geldt individueel: een vrijwilliger die in meerdere organisaties actief is, moet zich dus steeds volgens hetzelfde principe laten vergoeden. Eén uitzondering: een forfaitaire kostenvergoeding is wel combineerbaar met een terugbetaling van vervoerkosten, zolang je opnieuw het vooropgestelde maximumbedrag niet overschrijdt.
De actuele bedragen vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.
Over deze materie valt zeer veel te zeggen en de informatie is vaak heel gespecialiseerd en technisch. Daarom beperken we ons liever tot het aanbieden van enkele interessante links.
Sociale secretariaten
Acerta
ADMB
Groep S
SD Worx
Horecapersoneel
De meeste werknemers in jeugdverblijven vallen onder het paritair comité van de horeca. Je vindt hier nog verder informatie over loonschalen en het Waarborg en Sociaal Fonds Horeca.
Tewerkstellingsmaatregelen
Goed en betaalbaar personeel vinden is voor veel jeugdverblijfcentra niet eenvoudig. Vzw's kunnen een personeelssubsidie ontvangen via de Afdeling Jeugd. Klik hier voor de voorwaarden.
Daarnaast bestaan er tal van maatregelen vanuit de overheid. We denken dan bijvoorbeeld aan RSZ-vermindering, werkervaringsprojecten, tewerkstellingspremies voor bijzondere doelgroepen... Klik hier voor een handig overzicht.
Daar staat tegenover dat er op administratief vlak enkele taken bijkomen die niet allemaal gratis zijn. Je moet een algemene vergadering en raad van bestuur samenstellen, je moet statuten opstellen en publiceren, een boekhouding bijhouden en begrotingen en rekeningen goedkeuren.
Overloop daarom regelmatig volgende checklist:
Een boekhouding verplicht je om bij te houden wat je inkomsten en uitgaven zijn en leert je meer over je financiële toestand. Maar is boekhouden ook verplicht voor jeugdverblijfcentra? Hangt ervan af...
Vzw's moeten verplicht een boekhouding voeren. Welke boekhouding precies, is afhankelijk van de grootte van de vzw. Grote vzw's voldoen aan minstens twee of drie van volgende voorwaarden: maximaal vijf werknemers, maximaal 250 000 euro ontvangsten en een balanstotaal van maximaal 1 000 000 euro. Zij zijn verplicht om een dubbele boekhouding te voeren. Hoe dit precies moet bijgehouden worden, kan je best navragen bij een boekhouder.
Als maximaal één van bovenstaande voorwaarden is voldaan, spreken we over een kleine vzw. Voor hen volstaat een vereenvoudigde boekhouding die in principe neerkomt op het bijhouden van de kasverrichtingen. Alle uitleg vind je in een brochure van FOD Justitie. Toch is dit niet zo eenvoudig als het lijkt, want op het einde van het jaar moet alles in een overzicht gegoten worden én moet er een inventaris worden opgemaakt. Het vraagt de nodige discipline om dit zelf tot een goed einde te brengen en als je dan toch een boekhouder onder de arm neemt, kan je beter meteen een dubbele boekhouding voeren.
Voor particuliere uitbaters is boekhouden geen verplichting. Wie echter meer dan 2000 euro infrastructuursubsidies heeft ontvangen, moet aan Toerisme Vlaanderen een financieel verslag bezorgen. Hiervoor kan gebruikt worden van een formulier waar een aantal rubrieken moeten worden ingevuld.
Vennootschappen ten slotte zijn uiteraard ook verplicht om een boekhouding te voeren volgens de wettelijke normen.
Goed om te weten is:
Jeugdverblijven die met vrijwilligers werken, moeten volgens de vrijwilligerswet minstens al hun vrijwilligers verzekeren voor burgerlijke aansprakelijkheid.
Wanneer er sporadisch vrijwilligers bijspringen, kan je beroep doen op de gratis vrijwilligersverzekering via de provinciale steunpunten vrijwilligerswerk. In de vrijwilligersverzekering zit burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en waarborg lichamelijk ongevallen. Meer informatie kan je vinden via de desbetreffende provincies: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg.
Werken vrijwilligers op regelmatige basis, dan neem je best een aparte clausule op via de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid.
Door de wet van 30 juli 1979 rond de preventie van brand en ontploffing, zijn publiek toegankelijke inrichtingen verplicht verzekerd tegen lichamelijke en stoffelijke schade ten gevolge van brand en ontploffing. Er bestaat een limitatieve lijst van inrichtingen die hieronder vallen. Een jeugdherberg is één van die inrichtingen. Jeugdverblijfcentra staan echter niet op het lijstje en dat zorgt voor veel onduidelijkheid en rechtsonzekerheid.
Of je jeugdverblijf wel of niet een verzekering objectieve aansprakelijkheid moet afsluiten, is afhankelijk van de burgemeester. Hij kan beslissen dat je centrum geen verzekering moet afsluiten, maar dat wil nog niet zeggen dat je in geval van brand of ontploffing niet verantwoordelijk kan worden gesteld. Door deze onduidelijkheid kan je veiligheidshalve wel beter een polis afsluiten. Bovendien zijn er groepen die expliciet naar een attest objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing vragen wanneer ze boeken.
Wanneer men de gebouwen niet alleen verhuurt als jeugdverblijf, maar ook ter beschikking stelt aan derden voor het inrichten van fuiven, als polyvalente ruimte of als sportzaal, is er expliciet een wettelijke verplichting om de verzekering af te sluiten. Het centrum voorziet dan best een dekking voor rekening van alle inrichters.
De brandverzekering is niet verplicht maar wel een absolute aanrader. De verzekering dekt de schade aan het gebouw en eventueel de inboedel als gevolg van brand. Ook schade veroorzaakt door storm en natuurrampen zijn verplicht opgenomen. Waterschade, glasbreuk, vandalisme, inbraak, kortsluiting, e.d. zijn facultatieve waarborgen.
Het gebouw kan je op drie manieren laten verzekeren:
De inboedel is in principe verzekerd tegen de werkelijke waarde of de nieuwwaarde, afhankelijk van de polis.
Als eigenaar of erfpachtnemer is het aangewezen zowel het gebouw als de inboedel te laten verzekeren.
Huur je een gebouw, dan moet je je als uitbater laten verzekeren op basis van wat bepaald is in de huurovereenkomst. Veelal is dit een verzekering voor de inboedel en huurderaansprakelijkheid.
Tot slot kunnen eigenaars of verhuurders er voor kiezen afstand van verhaal uit te oefenen. Dit wil zeggen dat huurders niet aansprakelijk kunnen worden gesteld wanneer ze schade veroorzaken waardoor ze geen brandverzekering huurderaansprakelijkheid moeten afsluiten. Als uitbater zal je door deze optie de schade sneller vergoed zien want er kan geen discussie zijn tussen verzekering verhuurder en verzekering huurder. Meestal leidt afstand van verhaal wel tot een bijpremie, in sommige gevallen wordt het gratis toegevoegd. Afstand van verhaal moet wel altijd in het huurcontract en schriftelijk bevestigd worden door de verzekeraar van de eigenaar. Enkel wanneer een maximumbedrag in de regeling met afstand van verhaal wordt bepaald, kan de huurder bij een hoger bedrag nog aansprakelijk worden gesteld.
Of de verzekering van de uitbater dan wel die van de verblijvende groep moet worden aangesproken, is niet altijd duidelijk. Groepen beschikken vaak over enkele verzekeringen, maar welke deze zijn, is afhankelijk van het type groep.
De meeste verenigingen hebben een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid inclusief rechtsbijstand en een verzekering voor ongevallen waaronder ook voedselvergiftiging en insectenbeten opgenomen staat. De meeste jeugdwerkgroepen beschikken bovendien over een verzekering tegen brand, ook op verplaatsing. (Meer info verzekeringen: ksj-ksa-vksj, scouts en gidsen Vlaanderen, chiro, klj, fos)
De meeste scholen beschikken over een polis die de burgerlijke aansprakelijkheid dekt van de leerlingen en van het onderwijzend personeel (ook vrijwilligers).
verplichten over bovenstaande verzekeringen te beschikken. Een andere optie is zelf afstand van verhaal aan je brandpolis toevoegen, waardoor alles wordt geregeld via je eigen brandverzekering.
Lees meer over verzekeringen in HuisWerk.
Aan welke eisen moet je voldoen om met een jeugdverblijfcentrum in regel te zijn? Het is een veelgestelde vraag. In eerste instantie bestaat er de 'nieuwe regelgeving op jeugdverblijfcentra' die op de site uitgebreid aan bod komt, maar dat is niet alles. Er zijn nog tal van wettelijke vereiste attesten en controles.
Om door het bos de bomen nog te zien kan je gratis via ondersteuning@cjt.be een logboek aanvragen waarin alle mogelijke attesten en controles opgelijst staan. Het logboek kan je daarna zelf aanvullen met data en attesten waardoor het een praktisch en onmisbaar werkinstrument wordt.
Lees meer over keuringen in HuisWerk
Adressen van keuringsinstanties vind je hieronder, uitgesplitst per thema.
Op 30 juni 1994 werd de auteurswet goedgekeurd. Deze wet bevat zowel het auteursrecht dat zowel tekstschrijvers als componisten beschermt als het naburig recht dat een zelfde soort bescherming voorziet voor uitvoerende kunstenaars en producenten.
Via de auteurswet kan elke artiest en/of uitvoerende kunstenaar het gebruik van zijn werk dus verbieden of toelaten en een prijs voor het gebruik van zijn werk bepalen. Om deze bijdrage te innen werden door de wet voorziene collectieve beheersvennootschappen opgericht.
Wanneer er muziek wordt gespeeld, dan moeten meestal twee bijdragen worden betaald: een bijdrage aan SABAM die bedoeld is voor de tekstschrijvers en componisten en de billijke vergoeding voor uitvoerende artiesten en producenten.
De auteurswet wordt meestal in verband gebracht met muziek, toch beschermt deze wet ook bijvoorbeeld schilders, schrijvers en fotografen.
SABAM maakt een onderscheid tussen dagelijks gebruik enerzijds en sporadisch gebruik anderzijds. Dagelijks gebruik valt onder de contractuele inningen, sporadisch gebruik onder de gelegenheidsinningen.
Leden van de Horecafederatie krijgen wel 10% korting op de SABAM-factuur en dit tot maximum 41,77 euro.
De bijdrage hangt af van wie betaalt en de oppervlakte waar de muziek aangeboden wordt. Voor tijdelijke activiteiten gelden ook hier andere tarieven. De diverse prijzen kan je op de website van de billijke vergoeding raadplegen.
In principe kan muziek in de werkplaats gespeeld worden zonder hiervoor SABAM en/of billijke vergoeding te betalen, maar enkel op voorwaarde dat er een beperkte en vaste personeelsploeg werkt.