Jeugdverblijven met tentengrond zijn in de zomermaanden gegeerd. Voor grote groepen is dit vaak een dankbare oplossing om het tekort aan jeugdverblijven met een grote binnencapaciteit op te vangen, maar andere groepen maken er evengoed gebruik van. Zo wil bijvoorbeeld de traditie van bepaalde groepen dat de oudste leeftijdsgroep in tenten overnacht.
Het aanbieden van tentengrond kan onderhevig zijn aan wettelijke verplichtingen.
Wie meer dan 75 dagen verhuurt, valt onder het Vlaamse logiesdecreet. Wie minder dan 75 dagen verhuurt niet, maar er kunnen wel andere regels gelden. Zo bestaat in gemeenten waar veel jeugdgroepen kamperen, soms een (politie)reglement dat bijkomende voorwaarden rond brandveiligheid en hygiëne oplegt.
Tot slot gaat kamperen ook samen met enkele typische activiteiten zoals koken op een tafelvuur, het graven van putten voor een buitentoilet of een heus kampvuur. Afhankelijk van het soort activiteit kan terug een bepaalde wetgeving van toepassing zijn zoals de Vlaamse milieureglementering of het Belgisch Veldwetboek.
Naast de diverse reglementering zijn er ook een aantal randvoorwaarden te bedenken. Wie tentengrond aanbiedt, moet in de eerste plaats over voldoende buitenruimte beschikken, zodat er ook nog ruimte overblijft om te spelen. Ook de ligging en de ondergrond van de tentengrond is van belang, zeker bij langdurige regen. Heuvelachtig gebied of weinig schaduw kunnen vervelend zijn. Hou ten slotte ook rekening met mogelijke geluidshinder, zowel voor de groepen als voor de buren.
Lees meer over tentengrond in HuisWerk.
Wat betekent dit concreet? Klassieke voorbeelden van speeltoestellen zijn schommels, glijbanen, enz. Binnen dit kb spreekt men van een speelterrein als er minstens één dergelijk toestel geplaatst is. Door een groep gesjorde constructies of door hen gebouwde kampen of een omgevallen boom worden niet als speeltoestel beschouwd.
Een speelterrein zonder speeltoestel valt nooit onder het kb.
Omgekeerd: vanaf het moment dat er minstens één speeltoestel aanwezig is en je terrein dus wel als speelterrein wordt beschouwd, valt je volledige terrein onder het kb en dus niet enkel het speeltoestel. Op dat moment gelden er een aantal specifieke regels:
Voor speeltoestellen geplaatst na 1 juni 2009 gelden nieuwe veiligheidsnormen. Hierdoor moet in het schema duidelijk worden aangegeven van wanneer de speeltoestellen dateren en of de controle werd uitgevoerd aan de hand van de oude dan wel de nieuwe regelgeving.
Als speeltuigen die dateren van voor 1 juni 2009, hersteld worden, zijn deze werkzaamheden toch niet onderhevig aan de nieuwe veiligheidsnormen. Anderzijds kan het natuurlijk geen kwaad dat de nieuwe normen worden toegepast.
Als je geen speeltoestellen hebt en je speelterrein dus niet onder dit kb valt, blijft toch de wet uit 1994 gelden die de veiligheid van consumenten regelt. Het voornaamste principe hier is: handel als een goede huisvader.
Alle wetgeving vind je terug op de website van het ministerie van economie. Je kan ook rechtstreeks informatie inwinnen bij vzw Speelom (speelom@vvj.be of tel. 03/704.76.41)
Lees meer over speeltoestellen in HuisWerk.
Beter een goede buur dan een verre vriend... Het is in heel wat gevallen een waarheid als een koe. Ook voor een jeugdverblijfcentrum is een goede relatie met de buren meer dan wenselijk. Goed communiceren met de buurt is daarom heel belangrijk. Zorg ervoor dat de omwonenden een aanspreekpunt hebben, maar ook dat ze min of meer een zicht hebben op wat er zich in het huis afspeelt. Onbekend maakt immers onbemind.
Daarnaast is het ook nodig om met de verblijvende groepen een aantal zaken goed af te spreken. Zeker als het gaat over geluidsoverlast of het veroorzaken van schade.
Wat kan je afspreken? Enkele preventieve maatregelen om de overlast te beperken en de eventuele gevolgen indien daaraan geen gevolg wordt gegeven.
Lees meer over de relatie buren in HuisWerk.
Lees meer over geluidsoverlast in HuisWerk.
Lees meer over het eisen van schadevergoedingen in HuisWerk.
Om je aanbod vorm te geven, kan je in eerste instantie informeren bij de stedelijke jeugddienst. Als lokale partner weten ze wat de stad concreet te bieden heeft voor jongeren. Een andere organisatie is Jes vzw, waar je als uitbater inspiratie kan uit putten. Deze organsiatie werkt nieuwe initiatieven uit die de stad attractief moet maken voor de jeugd. Tot slot is ook internet een dankbaar medium. Zo heeft De Hondsjaren vzw een site ontwikkeld die informatie bevat voor individuele reizigers die Antwerpen, Brussel, Gent of Brugge op een alternatieve manier willen ontdekken.
Wil je als uitbater stadsklassen organiseren, dan kan je een draaiboek voor het uitwerken van stadsklassen opvragen bij het Agentschap voor binnenlands bestuur, team stedenbeleid. Het draaiboek is vooral gericht naar lokale overheden maar als uitbater vind je er toch ook inhoudelijke en praktische aspecten in terug waarmee je aan de slag kan. Op deze manier bied je de scholen niet enkel een schat aan informatie, je voldoet dan ook aan de voor de scholen te behalen eindtermen. In Gent en Brussel loopt er ondertussen een proefproject.
Qua (speel)ruimte heeft een stad minder te bieden dan jeugdverblijven in een groene omgeving, en dat is zowat het belangrijkste aandachtspunt. Daarom zal je als uitbater creatief uit de hoek moeten komen om overlast te beperken. Dit zowel voor de buurt als voor de verblijvende groep. Om de buurt te ontlasten, kan je de groep doorverwijzen naar een nabij gelegen basketpleintje, skateboardpark of een stadspark. Andere opties zijn een sportaccomodatie of fitnessruimte. Is er een stadsfestival, dan informeer je best de groep.
Een ander aandachtspunt kan het onveiligheidsgevoel zijn als gevolg van het drukke verkeer. Toch valt dit te relativeren: de snelhied ligt er namelijk lager dan in landelijk gebied en ondertussen vind je steeds meer zones met een snelheidbeperking tot 30 km/h.
Lees meer over jeugdverblijven in de stad in HuisWerk.
Een bezoek aan de boerderij kan je vandaag de dag niet zomaar doen. Regelgeving rond (voedsel)veiligheid en hygiëne laten zoiets niet meer toe. Bovendien vraagt een bezoek voor de boer(in) heel wat tijd. Toch is een geleid bezoek hier en daar nog mogelijk.
In het overzicht van kijkboerderijen vind je misschien iets in de buurt. Een andere mogelijkheid zijn de kinderboerderijen.
Wil je als uitbater een programma aanbieden, bekijk dan het aanbod van vzw Plattelandsklassen. Misschien is je jeugdverblijf wel geschikt om plattelandsklassen te ontvangen of kunnen plattelandskriebels georganiseerd worden voor vakantiekampen. En wat gedacht van plattelandsproevers, daguitstappen voor scholen die via deze weg kennis leren maken met je jeugdverblijf?
Om zelf iets uit te werken, kan je gebruik maken van allerlei bestaand didactisch materiaal: brochures, cd-roms, video's, educatieve spelen, posters, zoekkaarten. Er is ook het tijdschrift Grasspriet of het boek Weidekriebels.
Plattelandspaden maken het rondtrekken op het platteland tot een educatief gebeuren. Via diverse informatieborden over land- en tuinbouw, landschap of andere plattelandsthema's wordt iedereen wat wijzer. Zelf een zoektocht uitstippelen kan eveneens langs allerlei trage wegen waar gemotoriseerd verkeer verboden is.
Wie van dit alles honger krijgt, kan tot slot nog gaan winkelen bij een plaatselijke boer(in). Een overzicht van verkoopspunten kan je vinden via fermweb en is per zelfkookhuis ook terug te vinden op jeugdverblijven.be.
Lees meer over jeugdverblijven op het platteland in HuisWerk.
Jawel, er bestaat zoiets als een bosdecreet en een natuurdecreet en jawel, dat heeft betrekking op elke groep die verblijft in een jeugdverblijf gelegen in groene ruimte.
Rond groene ruimte bestaat ook een ruim aanbod aan educatief materiaal. Zo beschikt Natuurpunt vzw niet enkel over diverse natuurgebieden maar ook over verschillende bezoekerscentra die toegankelijk zijn voor groepen, scholen en verenigingen. Hun verschillende koffers bieden dan weer inspiratie voor het uitwerken van een eigen natuurkoffer.
De Cel Natuur en Milieueducatie (NME), actief binnen het Departement Leefmilieu en Natuur en Energie, verzamelt via de centrale databank en de digitale bibliotheek al het bestaande materiaal rond natuur en milieueducatie. Zoals Natuurpunt vzw beschikt ook NME over een aantal educatieve centra (De Helix, De Vroente, De Nachtegaal) die toegankelijk zijn voor groepen. Specifiek voor het jeugdwerk hebben ze nog een website ontwikkeld: jeROM. Daarop staan kamptips en andere spelletjes rond dit thema, samen met nog enkele interessante links.
Bosspelen zijn te vinden in het boek 'Kiekebos' of te raadplegen via het internet. Voor vormingen rond het uitwerken van natuurvriendelijke spelen kan je terecht bij Inverde. Let wel: deze vormingen zijn gericht naar animatoren en hoofdanimatoren, maar kunnen misschien een goede basis zijn voor het uitwerken van een eigen educatieve koffer.
Tot slot kan groene ruimte ook nare gevolgen hebben voor de groep. Sommige planten en dieren zijn daarvan de oorzaak. Om je daarvoor te behoeden, kan je folders downloaden van de website van het Vlaams Agentschap Zorg en gezondheid.
Lees meer over jeugdverblijven in het groen in HuisWerk.
Daarom wat inspiratie om gras- en andere pleinen, in het bijzonder de eigen ruimte rondom het jeugdverblijf, om te vormen tot aantrekkelijke speelplekken voor jongens en meisjes van diverse leeftijden. Hierbij ligt de focus op eenvoudige spelelementen zoals beplanting, reliëf, water of wat ruw materiaal, voldoende voor uren creatief spelplezier.
Lees meer over avontuurlijke speelruimte in HuisWerk.
|
Top 10 van bomen volgens Jozef Steenhaut |
Top 10 van heesters volgens Jozef Steenhaut |
Interessante links:
- Gevelbegroening
- Bodemkaart Geo-Vlaanderen
- Plantenzoeker Velt
- Brochure: 'Giftige of verdachte planten'
- Plantentuin: giftige planten met foto
- Handboek over de veiligheid van speelterreinen
- Antigifcentrum: planten
- Antigifcentrum : paddestoelen
- Natuurpunt: welke planten verkiezen dieren?
- Gezondheidsrisico's en maatregelen tegen ongewenste dieren