Toerisme Vlaanderen wil dat wat aangeboden wordt op de toeristische markt kwaliteitsvol is. Wie logies aanbiedt op de toeristische markt moet daarom voldoen aan de voorwaarden uit het logiesdecreet.
Hierop gelden enkele vrijstellingen - opgesomd onder artikel 3 - die voor de jeugdsector van belang zijn. Eén van de vrijstellingen betreft de zogenaamde terreinen voor openluchtrecreatieve verblijven.
Een terrein mag gebruikt worden om te kamperen voor een evenement of tijdelijk festival of door jeugdgroepen onder toezicht van één of meerdere begeleiders, dit tot maximaal 75 kalenderdagen per jaar. Hierdoor moeten bijvoorbeeld landbouwers die een weide tijdelijk ter beschikking stellen voor een tentenkamp, niet voldoen aan toeristische minimumnormen.
De eigenaar of exploitant moet de burgemeester van de gemeente waar het terrein ligt vooraf wel schriftelijk op de hoogte brengen. Dit kan afzonderlijk gebeuren (per verblijf) of met een eenmalig schrijven (voor een langere periode).
De wetgever voorziet dus de mogelijkheid om gronden dubbel te gebruiken, maar dan voor een beperkte periode. Een weide in landbouwzone kan dus tijdens de zomermaanden gebruikt worden op voorwaarde dat er geen constructies, verhardingen of terreiningrepen worden aangebracht die normaal landbouwgebruik in de overige maanden belemmert.
Als eigenaar moet je geen stedenbouwkundige vergunning aanvragen aan het gemeentebestuur als je het terrein niet meer dan 90 dagen per jaar verhuurt of ter beschikking stelt voor een tentenkamp. Wil je als eigenaar meer dan 90 dagen verhuren, dan word je onderhevig aan het decreet op de ruimtelijke ordening.
Meer info in de brochure van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (pagina 29).
Water voorzien op een kampterrein is niet verplicht. Groepen kunnen beslist zelf voorzien in drinkbaar water. Toch biedt drinkbaar water extra comfort aan de groepen. Is een aansluiting op het leidingsnet niet mogelijk, dan behoort grondwater oppompen misschien tot de mogelijkheden. Laat dit water wel jaarlijks ontleden door een door het Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie erkend ontleedcentrum of door de provinciale gezondheidsinspectie.
Voor het oppompen van grondwater is een milieuvergunning vereist. Een milieuvergunning aanvragen gebeurt via de gemeente waar de tentengrond is gelegen. De milieudienst vraagt vervolgens advies aan de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) die een uitgebreid onderzoek voert. Meerdere criteria worden dan afgetoetst. Wat die criteria zijn vind je via de website van de VMM.
Niet onbelangrijk dus, want wie over een sanitair blok beschikt en nu reeds aangesloten is op de riolering, kan in de toekomst, bij aanleg van een gescheiden riolering, verplicht worden om het hemelwater van het afvalwater te scheiden. Kampeerterreinen voorzien van een sanitair blok die geen riolering in de onmiddellijke omgeving hebben en waar de aanleg van een riolering ook niet gepland is, zullen zelf moeten instaan voor het zuiveren van het afvalwater.
Over afvalwater werd reeds een artikel geschreven dat ook voor kampeerterreinen gedeeltelijk van toepassing is.
Lees meer over de regelgeving, mogelijke problemen en oplossingen en het financiële aspect in HuisWerk.
Meer info:
? Waterloket
? Vlaamse Milieumaatschappij
? Ruimtelijke ordening
? Geoloket
? Certipro
Wetgeving:
? Europese kaderrichtlijn 'water' (22 december 2000)
? Decreet 'integraal waterbeleid' (18 juli 2003)
? Handhavingdecreet van (5 april 1995, aangevuld op 21 december 2007)
? Vlarem II (1 juni 1995, reeds verscheidene malen aangepast)
Behoort een sanitair blok op het kampeerterrein niet tot de mogelijkheden dan kan een mobiel toilet huren bij een gespecialiseerde firma een alternatief zijn. Een voordeel is alvast dat die firma's dikwijls instaan voor het ledigen ervan. De huurprijs kan verrekend worden aan de groepen.
Zomaar afval dumpen in een container is niet meer toegelaten.
Hoe je als uitbater de afvalverwerking best aanpakt, verneem je via de gemeentelijke milieuambtenaar of via het gemeentelijk afvalreglement.
Omdat afval een gemeentelijke bevoegdheid is, kan dit van gemeente tot gemeente sterk verschillen. Sommige gemeenten staan zelf in voor het ophalen van het afval, anderen hebben een samenwerkingsverband met een intercommunale en nog anderen verplichten je samen te werken met een privé-firma.
Belangrijk is dat de verblijvende groep goed geïnformeerd wordt over de regelgeving want wat thuis kan, kan plots in een andere gemeente niet meer. En dit kan voor verwarring zorgen.
In de brochure 'Het nieuwe Vlarea voor KMO's en Zelfstandigen', uitgegeven door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, kan je bijkomende informatie vinden. De brochure is echter niet volledig op maat van kampeerterreinen.
Over afval werd reeds een artikel geschreven dat ook voor kampeerterreinen gedeeltelijk van toepassing is.
Lees meer over afval in HuisWerk.
Het ingraven van groente-, fruit- en tuinafval is verboden omdat het afvalstoffendecreet (decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen) dit als sluikstorten beschouwt.
Een tafelvuur en kampvuur zijn op tentenkamp meestal een traditie. Toch is dit niet altijd even evident.
Als vuur maken toegelaten is, moet nog hout gevonden worden. Laat enkel droog en onbehandeld hout toe. Afvalhout - zoals spaanplaten of geverfd hout - verbranden is ongezond en bovendien verboden omdat daarbij teveel toxische stoffen vrijkomen. Eveneens verboden is het kappen van bomen zonder vergunning. Sprokkelen van hout kan dan weer enkel met toestemming van de boseigenaar en het Agentschap Natuur en Bos.
Als alternatief bied je daarom misschien beter zelf (al dan niet tegen betaling) brandhout aan.
Een vaste kampvuurkring heeft het voordeel dat het tententerrein niet vol brandvlekken zit en het resthout niet overal rondslingert.
Beter een goede buur dan een verre vriend... Het is in heel wat gevallen een waarheid als een koe. Ook voor kampeerterreinen is een goede relatie met de buren meer dan wenselijk. Goed communiceren met de buurt is daarom heel belangrijk. Zorg ervoor dat de omwonenden een aanspreekpunt hebben, maar ook dat ze min of meer een zicht hebben op wat de afspraken met de verblijvende groep zijn.
Daarnaast is het ook nodig om met de verblijvende groepen een aantal zaken goed af te spreken. Zeker als het gaat over geluidsoverlast of het veroorzaken van schade.
Wat kan je afspreken? Enkele preventieve maatregelen om de overlast te beperken en de eventuele gevolgen indien daaraan geen gevolg wordt gegeven.
Over de relatie met de buren, geluidsoverlast en het eisen van schadevergoedingen werden reeds artikels geschreven die ook voor kampeerterreinen gedeeltelijk van toepassing zijn.
Lees meer over de relatie buren in HuisWerk.
Lees meer over geluidsoverlast in HuisWerk.
Lees meer over het eisen van schadevergoedingen in HuisWerk.
Als maximaal één van bovenstaande voorwaarden is voldaan, spreken we over een kleine vzw. Voor hen volstaat een vereenvoudigde boekhouding die in principe neerkomt op het bijhouden van de kasverrichtingen. Alle uitleg vind je in een brochure van FOD Justitie. Toch is dit niet zo eenvoudig als het lijkt, want op het einde van het jaar moet alles in een overzicht gegoten worden én moet er een inventaris worden opgemaakt. Het vraagt de nodige discipline om dit zelf tot een goed einde te brengen en als je dan toch een boekhouder onder de arm neemt, kan je beter meteen een dubbele boekhouding voeren.
Een gezond financieel beheer is belangrijk. Daarom mogen de kosten op termijn zeker niet hoger liggen dan de inkomsten. Het is dus duidelijk dat de vraagprijs en de gemaakte kosten elkaar beïnvloeden. Hoe moet je de vraagprijs bepalen?
Het bepalen van de vraagprijs is echter niet evident. Hoe fel gaan prijzen stijgen, welke extra verplichtingen komen erbij en hoeveel groepen zullen verblijven? Het zijn maar enkele van de vele vragen die het bepalen van een vraagprijs bemoeilijken. Zeker voor wie start, is dit koffiedik kijken.
- Een vast bedrag per nacht. Zo is er een duidelijk beeld van de te verwachten inkomsten.
- Een prijs per persoon per nacht. De inkomsten per nacht zijn dan echter onzeker. Om een minimum aan inkomsten te verzekeren is een minimumvraagprijs, eventueel uitgedrukt in een minimum aantal personen, zeker aangewezen.
- Kosten zoals afval en eventueel water en elektriciteit worden best apart gerekend. Zuinige groepen worden op die manier beloond.
- Extra kosten zoals dossierkosten en een veelheid aan kortingen worden best vermeden om een transparante prijs en duidelijke factuur te garanderen.
Goede afspraken maken goede vrienden en daarvoor heb je een overeenkomst nodig. Zo'n overeenkomst biedt voor beide partijen zekerheid over rechten en plichten.
Om tot een geldige overeenkomst te komen, worden wel best bepaalde regels in acht genomen. Zo vermijd je onaangename verrassingen.
Promotie voeren vraagt tijd en een budget. Omdat deze middelen vaak beperkt zijn, is het aangewezen deze zo efficiënt mogelijk te investeren. Hiervoor wordt best een strategie uitgestippeld. Zo'n strategie bevat een duidelijk doel en product, en communiceert dit in een duidelijke boodschap aan wie moet worden overtuigd. Een promotiekanaal dat je daarbij niet mag negeren is www.opkamp.be.
Over promotie werd reeds een artikel geschreven dat ook voor kampeerterreinen gedeeltelijk van toepassing is.
Lees meer over promotie in HuisWerk.
Klantentevredenheid hangt niet alleen samen met het terrein op zich of met de omgeving waar het terrein gelegen is. Ook de communicatie tussen de uitbater en de verblijvende groep beïnvloedt de tevredenheid. De inhoud, het tijdstip en de manier waarop dit gebeurt, speelt namelijk een belangrijke rol.
Over klantentevredenheid werd reeds een artikel geschreven dat ook voor kampeerterreinen gedeeltelijk van toepassing is.
Lees meer over klantentevredenheid in HuisWerk.
In 2005 is er een wettelijk kader uitgewerkt voor vrijwilligerswerk. In 2006 werd de wet meteen aangepast. Een up-to-date brochure is te raadplegen via de Koning Boudewijnstichting.
In ons tijdschrift hadden we uiteraard aandacht voor de gevolgen die de nieuwe wet had voor het jeugdtoerisme.
Lees meer over de wet uit 2005 in HuisWerk.
Lees mee over de aanpassingen uit 2006 in HuisWerk.
Daarom wat inspiratie om gras- en andere pleinen, in het bijzonder de eigen ruimte rondom het kampeerterrein, om te vormen tot aantrekkelijke speelplekken voor jongens en meisjes van diverse leeftijden. Hierbij ligt de focus op eenvoudige spelelementen zoals beplanting, reliëf, water of wat ruw materiaal, voldoende voor uren creatief spelplezier.
Over avontuurlijke speelruimte werd reeds een artikel geschreven dat ook voor kampeerterreinen van toepassing is.
Lees meer over avontuurlijke speelruimte in HuisWerk.