Je bekijkt onze site het best met Internet Explorer 7
Prijsbepaling
Vrijwilligersadministratie
Personeelsadministratie
Vzw
Boekhouding
Fiscaliteit

Jeugdverblijven en kampeerterreinen zijn onderworpen aan diverse vormen van fiscaliteit. Daarbij is elke situatie verschillend. In HuisWerk 0, HuisWerk 36 en HuisWerk 37 worden de krijtlijnen uitgetekend. Hieronder vind je een beknopte samenvatting.

Personenbelasting (van toepassing op particulieren en zelfstandigen)

Particulieren en zelfstandigen die een jeugdverblijf of kampeerterrein uitbaten, worden belast op hun inkomsten. Voor jeugdverblijven in zelfkook geldt de belasting op verhuurde (on)roerende goederen. De berekening daarvan hangt af van het soort huurder. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen natuurlijke personen, verhuur aan verenigingen en gemengde verhuur. Voor particulieren die de formule volpension aanbieden, geldt de belasting op de beroepsinkomsten.

Rechtspersonenbelasting (van toepassing op vzw's)

Jeugdverblijven uitgebaat door een vzw vallen normaal gezien onder de rechtspersonenbelasting en niet onder de vennootschapsbelasting.

Hoe je de rechtspersonenbelasting moet invullen, vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Successieplanning (van toepassing op particulieren en zelfstandigen)

Bij het overlijden van een natuurlijke persoon, moeten de erfgenamen successierechten betalen. Hoeveel dit precies is, hangt af van de keuzes die vooraf werden gemaakt. Via diverse legale technieken, vastgelegd in het erfrecht, kunnen er wel wat belastingen bespaard worden. Enkele voorbeelden zijn het testament, beding van aanwas, het duo-legaat, de schenking en de gunstregeling voor het familiebedrijf.

In HuisWerk 36 hadden we het uitgebreid over schenkingsrechten. Op pagina 11 publiceerden we een tabel met de verschillende tarieven.
Op 3 april 2015 kondigde de Vlaamse regering echter “een verlaging, vereenvoudiging en vergroening van de schenkingsrechten op de onroerende goederen aan”. En als we de cijfers vergelijken, gaat het inderdaad over een behoorlijke verlaging van de verschuldigde bedragen aan de fiscus. Vooral voor de niet-rechte lijn en in het geval van een energierenovatie (E.R.) gaan de bedragen spectaculair omlaag.
Nog goed om weten: het progressievoorbehoud (zie eveneens HuisWerk 36) blijft behouden op 3 jaar.

Eengemaakte schalen Tarief rechte lijn en partners Tarief niet rechte lijn 
0 tot 150 000 euro  3% 10 % (met E.R.: 9 %)
150 000 tot 250 000 euro  9 % (met E.R.: 6 %) 20 % (met E.R.: 17 %)
250 000 tot 450 000 euro  18 % (met E.R.: 12 %) 30 % (met E.R.: 24 %)
Boven 450 000 euro  27 % (met E.R.: 18 %) 40 % (met E.R.: 31 %)

Patrimoniumtaks (enkel van toepassing op vzw's)

De patrimoniumtaks is van toepassing op de vzw’s die opgericht werden na 10 juli 1921 en waarvan het geheel van de bezittingen hoger ligt dan 25 000 euro. De taks is jaarlijks verschuldigd en moet betaald worden voor 31 maart. De aangifte moet je uit eigen beweging indienen en betalen. Soms verstuurt de fiscus hiervoor een oproep, maar dat gebeurt niet overal.

Btw

Btw staat voor belasting op toegevoegde waarde. Twee belangrijke vragen voor uitbaters: moet er btw aangerekend worden aan verblijvende jeugdgroepen en hoeveel btw moet betaald worden aan aannemers als er verbouwd wordt? 
- Wat de btw op verhuur betreft, zijn jeugdverblijven en kampeerterreinen  in veel gevallen vrijgesteld. Verhuur aan volwassenengroepen waarbij ook diensten (bijv. maaltijden) worden aangeboden, is niet vrijgesteld.
- Bij btw op verbouwing kunnen jeugdverblijven in zelfkookformule (met uitzondering van jeugdlokalen) genieten van een verlaagd btw-tarief van 6%, als er aan enkele courante voorwaarden wordt voldaan. Jeugdverblijven in volpension betalen 21% btw.  Opgelet: vanaf 2016 moet het gebouw minstens 10 jaar in gebruik zijn om van het verlaagd tarief te genieten, uiteraard als ook aan de andere voorwaarden is voldaan.  

(In HuisWerk wordt onder de titel afbraak en heropbouw verwezen naar drie kb's. Deze kb's vind je in het belgisch staatsblad onder de numac codes 2000011336, 2001011417 en 2005002069.

De steden opgesomd in de decreten zijn: de stedelijke centra van Antwerpen, Charleroi, Gent, Oostende, Mechelen, Bergen, La Louvière, Sint-Niklaas, Seraing en Luik;
op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Brussel, Anderlecht, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek, Schaarbeek en Vorst;
en verder ook, Leuven, Brugge, Kortrijk, Roeselare, Aalst, Dendermonde, Genk, Hasselt, Moeskroen, Doornik, Verviers, Namen, Elsene, Ukkel en Etterbeek.)

Onroerende voorheffing

In het verleden was de onroerende voorheffing gekoppeld aan een aantal voorwaarden (o.m. bewijzen van een niet-winstgevend karakter) en was de vrijstelling bedoeld voor "vakantiehuizen voor kinderen", een definitie waarvan de fiscus in een aantal gevallen betwistte of een jeugdverblijfcentrum wel aan deze beschrijving voldeed. Met CJT hebben we jarenlang gevochten voor duidelijkheid in dit dossier, een strijd die we zowel in de rechtbank als langs politieke weg hebben geleverd.

Nu zijn de voorwaarden versoepeld: een erkenning als jeugdverblijfcentrum type A, B of C door Toerisme Vlaanderen volstaat voortaan voor de vrijstelling. Dus niet enkel voor vzw's, maar ook voor alle anderen zoals particulieren en feitelijke verenigingen.

Hoe pak je dit nu concreet aan en welke addertjes schuilen toch nog onder het gras?

Grosso modo zijn er vandaag twee soorten jeugdverblijfcentra:
 
1. Vandaag reeds vrijgesteld
Naar de reeds vrijgestelde jeugdverblijfcentra wordt geen aanslagbiljet meer verstuurd. Zij hoeven niets te doen, de vrijstelling blijft gelden.

In een beperkt aantal gevallen is de vrijstelling van tijdelijke aard (bijv. uitbater huurt zelf het gebouw via huurcontract van bepaalde duur). Dan dient de eigenaar een vrijstelling aan te vragen, vanaf het moment dat hij opnieuw een aanslagbiljet ontvangt.
 
2. Vandaag nog niet vrijgesteld
Je hebt in het najaar een aanslagbiljet ontvangen. Hierna heb je maximaal drie maanden tijd om een vrijstelling aan te vragen.
Nog belangrijk om weten: in afwachting van een antwoord van de Vlaamse Belastingdienst, moet je de onroerende voorheffing wel tijdig betalen. Eens de vrijstelling is toegekend, krijg je dan het volledige bedrag terugbetaald.
Zie ook http://belastingen.vlaanderen.be/bezwaar-indienen.

Toch zijn er nog enkele aandachtspunten waar je eventueel rekening moet mee houden:

1. Het jeugdverblijfcentrum heeft nog een andere functie
Een gebouw heeft recht op een vrijstelling onroerende voorheffing als er enkel vrijgestelde activiteiten in plaats vinden. Voor de combinatie jeugdlokaal-jeugdverblijfcentrum stelt dit geen probleem omdat ook de functie jeugdlokaal vrijgesteld is.
Voor andere functies (bijv. parochiezaal) kan dit wel de vrijstelling tenietdoen.
 
2. Het gebouw is opgesplitst: er is een gedeelte jeugdverblijfcentrum en een gedeelte met een andere functie (bijv. woonhuis).
De vrijstelling onroerende voorheffing geldt enkel voor het gedeelte jeugdverblijfcentrum. Er moet dan een opsplitsing van het kadastraal inkomen worden opgevraagd bij het kadaster. De Vlaamse Belastingdienst vraagt dit zelf op, maar als je zelf bij de aanvraag voldoende informatie aanreikt, kan dit de behandeling versnellen. Je kan dus al zelf naar het kadaster stappen om de “officieuze opsplitsing” te vragen.
 
3. De uitbater is zelf geen eigenaar van het gebouw
De eigenaar ontvangt het aanslagbiljet en moet dus ook de vrijstelling aanvragen. Als je als uitbater zelf het gebouw huurt, is dit dus in principe niet je verantwoordelijkheid, maar het kan natuurlijk geen kwaad om de eigenaar er op te wijzen dat hij wellicht recht heeft op een vrijstelling.
Als je het gebouw uitbaat via erfpacht, dan betekent dit dat je gedurende de erfpachtperiode de rechten en plichten van eigenaar uitoefent. Dan word je dus ook door de Vlaamse Belastingdienst beschouwd als eigenaar en zal je het aanslagbiljet ontvangen. In dit geval ben je dus zelf ook verantwoordelijk om de vrijstelling onroerende voorheffing aan te vragen.

Roerende voorheffing

Jeugdverblijven in zelfkook worden belast op hun roerende inkomsten, eenvoudig gezegd de verhuur van meubilair en gereedschappen. Meer informatie over deze heffing vind je in HuisWerk 40.

De geregistreerde kassa

In de praktijk heeft zo goed als geen enkel jeugdverblijf de geregistreerde kassa nodig en kan er dus verder gewerkt worden zoals voorheen. Maar wat als de witte kassa gebruikt zonder dat je hiertoe verplicht bent? Navraag bij de RSZ leerden ons dat de RSZ-voordelen wel degelijk van toepassing kunnen zijn op jeugdverblijven die de witte kassa gebruiken, op voorwaarde dat ook aan de andere voorwaarden is voldaan.

Voor de volledigheid geven we hieronder nog eens deze voorwaarden weer, zoals geformuleerd door de RSZ:
- Onder het paritair comité (302) voor het hotelbedrijf vallen.
- Gemiddeld maximum 49 werknemers tewerkstellen tijdens de referteperiode. Hierbij wordt rekening gehouden met alle werknemers in dienst van de werkgever (rechtspersoon), ongeacht de activiteit of het paritair comité waaronder ze ressorteren.
- Gedurende het volledige kwartaal een bij de fiscus geregistreerd kassasysteem (GKS) gebruiken in alle vestigingseenheden met een horeca-activiteit waar er contact is met klanten. Ook wanneer het gebruik van de geregistreerde kassa voor het verkrijgen van het fiscale voordeel niet vereist is, is dit wel noodzakelijk om de doelgroepvermindering te kunnen toepassen.
- Voor alle personeelsleden die werken in een vestigingseenheid waar er een horeca-activiteit wordt uitgevoerd in de brede zin van het woord (dus ook voor werknemers die niet ressorteren onder het paritair comité van de horeca) dagelijks begin- en einduur van de aanwezigheid registreren via het geregistreerd kassasysteem of het alternatieve systeem van aanwezigheidsregistratie (ASA). De registratie is niet van toepassing op de gelegenheidsarbeiders.

Uiteraard blijft het dan afwegen of de voordelen opwegen tegen de nadelen van de witte kassa, hiervoor verwijzen we opnieuw naar HuisWerk 37. Hou daarbij ook rekening met het feit dat de doelgroepvermindering, verkregen dankzij het gebruik van de witte kassa, niet kan gecumuleerd worden met andere reeds toegekende doelgroepverminderingen. Indien de werkgever recht heeft op meerdere doelgroepverminderingen voor dezelfde werknemers, mag hij de meest voordelige toepassen. Cumuleren met de structurele vermindering is wel mogelijk.

Het vrijwilligersstatuut en de fiscus

Wanneer er geen sprake meer is van vrijwilligerswerk omdat de vrijwilligerswet werd overtreden of de maximale vergoedingen werden overschreden, dan kan dat gevolgen hebben voor de vrijwilliger.

De ultieme test (HuisWerk 37 - pagina 12): extra toelichting bij de antwoorden

1:
A: een kampeerterrein met gebouw wordt enkel belast op het kadastraal inkomen verhoogd met 40%.
B: een gemeubeld gebouw wordt belast op het kadastraal inkomen, verhoogd met 40% en op de roerende inkomsten.
C: jeugdverblijven in een volpension zijn een gemeubeld logies omdat ze systematisch en voor een globale prijs een dienst aanbieden. Op de inkomsten van een gemeubeld logies moet er altijd een belasting op de beroepsinkomsten betaald worden en dus geen belasting op de verhuurde onroerende goederen.
D: de uitbater is een vzw, dan wordt er sowieso geen personenbelasting betaald, maar rechtspersonenbelasting.

2:
A: wat niet onder bezittingen valt, zijn o.a. de nog verschuldigde en niet-gekapitaliseerde intresten, rentetermijnen, huur- en pachtgelden en jaarlijkse bijdragen en inschrijvingsgelden.
B: de liquiditeiten en het bedrijfskapitaal bestemd om gedurende het jaar verbruikt te worden voor de activiteit van de vereniging, vallen niet onder de definitie van bezittingen.
C & D: de waarde van het belastbare vermogen bestaat uit het geheel van bezittingen. Het betreft zowel de roerende als onroerende goederen.

3:
A: de dienst in het kader van de jeugdactiviteiten (ook scholen) wordt vrijgesteld van btw.
B: wie gedurende maximaal 60 dagen per jaar een kampeerterrein ter beschikking stelt voor georganiseerde groepen die onder toezicht staan van monitoren en daarvoor enkel tenten gebruiken (een beperkt sanitair blok is toegestaan), is niet btw-plichtig
C: de dienst in het kader van de jeugdactiviteiten (ook een instelling bijzondere jeugdzorg) wordt vrijgesteld van btw.
D: een gemeubeld logies (=volpension) moet btw betalen, tenzij ze een vrijstelling genieten onder artikel 44, §2, 2° of artikel 44, §3, 2° uit het Wetboek btw. Dit is in dit voorbeeld niet het geval.

4:
A: verbouwingen aan een jeugdverblijf moeten in principe gefactureerd worden met 21 % btw. Enkel jeugdverblijven in zelfkook genieten van een verlaagd btw-tarief (6 %) als ze voldoen aan enkele voorwaarden. Vanaf het moment dat je één groep diensten zoals maaltijden aanbiedt, geldt automatisch het tarief van 21 % btw.
B: het jeugdverblijf in zelfkook voldoet aan alle voorwaarden om te genieten van een verlaagd btw tarief. Uitbreidingswerken zijn een verbouwing wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na uitvoering van de werken groter is dan de helft van de totale oppervlakte van het gebouw na uitvoering van de werken.
C: een scoutslokaal voldoet niet aan de voorwaarde dat het gebouw uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als jeugdverblijf wordt gebruikt.
D: het plaatsen van een alarminstallatie is een verbetering van het onroerend goed en kan in aanmerking komen voor een verlaagd btw-tarief (als aan de andere voorwaarden voldaan is).

5:
A: er moet een keuze gemaakt worden tussen een forfaitaire en een reële kostenvergoeding. Beide combineren is niet mogelijk.
B: Els blijft onder de verplaatsingsvergoeding van maximaal 0,20 euro per gereden kilometer. Er stelt zich geen probleem.
C: een administratief personeelslid kan als vrijwilliger voor dezelfde organisatie pannenkoeken bakken omdat er een groot verschil zit in de uitgevoerde activiteiten.
D: er kan moet een keuze gemaakt worden tussen een forfaitaire en een reële kostenvergoeding. Beide combineren is niet mogelijk.

 

Verzekeringen
Keuringen
Auteursrechten
Overnachtingscijfers
Gegevensbescherming
Digitalisering
HuisWerk 55 De omgeving
HuisWerk 56 Bos
huiswerkmagazine
Nieuws
17/04/2019

In mei en juni vindt de derde editie van ons vormings- en ontmoetingsconcept "RaderWerk" plaats. ...

25/10/2018

Via de aankoopcentrale CASE kunnen uitbaters extra kortingen bekomen op food- en ...

13/06/2018

De invoering van de GDPR wijzigde ook de spelregels voor de beveiligingscamera's. Meer ...

17/01/2018

De infodag, georganiseerd door het Fonds Culturele Infrastructuur, zal bestaan uit een programma ...

17/01/2018

De grensbedragen voor de vrijwilligersvergoeding zijn in 2018:

- 34,03 euro ...

Prijsbepaling
Een gezond financieel beheer is voor een jeugdverblijf belangrijk. Daarom mogen de kosten op termijn zeker niet hoger liggen dan de inkomsten. Het is dus duidelijk dat de vraagprijs en de gemaakte kosten elkaar beïnvloeden.
Hoe moet je de vraagprijs bepalen?
Het bepalen van de vraagprijs is echter niet evident. Het decreet 'toerisme voor allen' legt immers geen minimum- of maximumprijzen op. Wel moet een sociaal aanvaardbare prijszettingspolitiek gehanteerd worden, in het bijzonder naar jeugdgroepen. Verder moeten jeugdverblijven van het type B en C jaarlijks en in overleg met het Steunpunt vakantieparticipatie een overnachtingsaanbod voorzien voor personen met een laag inkomen. Aan dat aanbod wordt dan wel een maximumprijs gekoppeld. Een expliciet lagere prijs voor jeugdwerkverenigingen geldt wel voor jeugdverblijven die subsidies ontvangen van Afdeling Jeugd.  Alhoewel niet omschreven staat hoeveel lager de prijs moet zijn, is het wel aangeraden een duidelijk prijsverschil te hanteren. Dit helpt om de 70% voor jeugdovernachtingen te behalen.
Hoe fel gaan prijzen stijgen, welke extra verplichtingen komen erbij, welk subsidiebedrag zal ontvangen worden en hoeveel groepen zullen verblijven? Het zijn maar enkele van de vele vragen die het bepalen van een vraagprijs bemoeilijkten. Zeker voor jeugdverblijven die starten, is dit koffiedik kijken. Gelukkig kan beroep worden gedaan op een prijsvork, opgesteld op basis van de gegevens op jeugdverblijven. Bestaande centra kunnen zich daarentegen baseren op de overnachtingsprijzen van voorgaande jaren en deze aanpassen aan de hand van de gezondheidsindex.
Onderscheid tussen zelfkook en volpension
In zelfkook wordt best een vast bedrag gerekend per gebouw per nacht. Zo is er een duidelijk beeld van de te verwachten inkomsten. Maar ook een prijs per persoon per nacht kan. De inkomsten per nacht zijn dan echter onzeker. Om een minimum aan inkomsten te verzekeren is een minimumvraagprijs, eventueel uitgedrukt in een minimum aantal personen, zeker aangewezen. Kosten zoals energie, gebruik van beddengoed en/of afval worden best apart gerekend. Zuinige groepen worden op die manier beloond. Extra kosten zoals dossierkosten en een veelheid aan kortingen worden best vermeden om een transparante prijs en duidelijke factuur te garanderen. Voor volpension is een prijs per persoon per etmaal het meest gebruikelijk, ook liefst met een minimum aantal personen.
De voordelen van een voorschot en waarborg
Voor het verblijf wordt vaak gevraagd een voorschot of zelfs de volledige factuur te betalen. Dit bedrag wordt gezien als bevestiging van de reservatie. Wanneer het verblijf daarna geannuleerd wordt, kan een deel of het volledige bedrag worden afgehouden, afhankelijk van wanneer er precies geannuleerd wordt. Tijdens het verblijf wordt dan best nog een waarborg gevraagd. Deze waarborg dient als vergoeding voor schade of extra kuiswerk. Ook energiekosten kunnen van de
waarborg worden afgehouden. Zorg er wel voor dat het bedrag voldoende hoog is, want de perceptie leeft dat een waarborg terugbetaald wordt. In volpension is het wel gebruikelijk om na het verblijf nog een slotfactuur op te sturen.
Contract is belangrijk

Om discussies bij de afrekening te vermijden, is een duidelijk contract belangrijk. Hierin staat zowel de wijze van factureren als betalen vermeld. Ook de annulatievergoeding wordt best duidelijk omschreven. Tot slot worden gevallen waarin de waarborg wordt ingehouden, ook best vermeld.

De energiefactuur
In geval van stookolie, butaan- en propaangas betaal je de factuur vooraf. Hierdoor kan je perfect uitrekenen wat het verbruik kost, op voorwaarde dat je kan meten. Gasflessen kan je wegen, voor de stookolietanks kan je een meter voorzien.
Voor elektriciteit en aardgas ligt dit anders. Daar wordt gewerkt met tussentijdse voorschotfacturen, de slotfactuur wordt achteraf opgemaakt. Er kan gekozen worden voor een vaste of variabele prijs. Een vaste prijs heeft als voordeel dat het bedrag dat moet worden doorgerekend aan de groepen, gemakkelijker te bepalen is. De kostprijs van een vaste prijs ligt wel hoger, maar anderzijds ben je niet meer afhankelijk van de voorspelde prijsstijgingen.
De factuur wordt opgesplitst in een vaste abonnementsprijs, het effectieve verbruik, distribitie en transportkosten en een aantal taksen. Voor de verbruiksprijs kan gekozen worden tussen een normaal tarief, een tweevoudig tarief en een nachttarief. Voor jeugdverblijven die veel verhuren tijdens weekends, is een tweevoudig tarief een absolute aanrader omdat het volledige weekend als daluren beschouwd wordt.

Om de effectieve kostprijs van aardgas te berekenen, moet de eenheid op de meterstand omgezet worden naar de eenheid vermeld op de factuur. Omdat 1m³ aardgas ongeveer 11 kWh (kilowatt uur) is, wordt het verschil tussen beide meterstanden vermenigvuldigd met het getal 11.

De diverse facturen onder de loep
Wil je een beter zicht krijgen op de energiefactuur, dan kan je via je energieleverancier en op basis van de gekozen formule een tariefkaart opvragen waarop de diverse eenheidsprijzen vermeld staan. Op de website van de VREG (Vlaamse reguleringsinstantie voor de elektriciteits- en gasmarkt) kan je op basis van je eigen verbruik een prijssimulatie doen voor de verschillende energieleveranciers. Hou er wel rekening mee dat kortingen en acties niet worden meegenomen in de simulatie.
De waterfactuur

Sinds 1 januari 2016 berekenen alle Vlaamse drinkwatermaatschappijen de waterfactuur op dezelfde manier. Voor huishoudelijk verbruik geldt een progressieve tariefstructuur (wie meer verbruikt, betaalt meer), voor niet-huishoudelijk verbruik een vlakke tariefstructuur. Beide tariefstructuren zijn in onze sector mogelijk.

Een simulatie  van de waterfactuur kan je maken aan de hand van de informatie beschikbaar op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij (www.vmm.be) of navragen bij je eigen watermaatschappij.Is er een groot verschil tussen de progressieve en de vlakke tariefstructuur, schakel dan onmiddellijk om naar de goedkoopste tariefstructuur.

Een voorbeeld van de huishoudelijke tarieven (2016) bij de watermaatschappij De Watergroep. Tarieven exclusief 6% btw.

 

 

Drinkwater

Bovengemeentelijke bijdrage zuivering

Gemeentelijke bijdrage afvoer

Totaal

Vastrecht

50 euro

20 euro

30 euro

100 euro (per wooneenheid per jaar)

Korting per gedomicilieerde

10 euro

4 euro

6 euro

20 euro (per wooneenheid per jaar)

Basistarief

1,48 euro

0,9309 euro

1,3033 euro

3,7142 euro per m³ (tot 30m³ per wooneenheid + 30m³ per persoon per jaar)

Comforttarief

2,96 euro

1,8618 euro

2,6066 euro

7,4284 euro (hoger verbruik)

 

Afvoer: basis- en comforttarief worden per gemeente bepaald, hier werden de maximumtarieven vermeld.

 

Een voorbeeld van de niet-huishoudelijke tarieven (2016) bij de watermaatschappij De Watergroep. Tarieven exclusief 6% btw.

 

 

Drinkwater

Bovengemeentelijke bijdrage

Gemeentelijke bijdrage afvoer

Totaal

Vastrecht

50 euro

20 euro

30 euro

100 euro (per wooneenheid of watermeter per jaar)

Korting per gedomicilieerde

10 euro

4 euro

6 euro

20 euro (per persoon per jaar)

Schijf 0-500 m³

1,73 euro

1,0547 euro

Vlak tarief of schijven

Onbekend

Schijf 501 – 6000 m³

1,44 euro

1,0547 euro

Vlak tarief of schijven

Onbekend

Schijf > 6000 m³

1,21 euro

1,0547 euro

Vlak tarief of schijven

Onbekend

 

Meer informatie over de waterfactuur vind je in HuisWerk.

Wat nog niet werd vermeld, is dat jeugdverblijven die kiezen voor een vlakke tariefstructuur en meer dan 500 m³ leidingwater verbruiken per jaar (of beschikken over een eigen waterwinning), een dossier krijgen bij de Vlaamse Milieumaatschappij.

Wat zijn de gevolgen? Wie een dossier heeft, betaalt geen vastrecht voor de afvoer en de zuivering van het afvalwater. Wat je wel betaalt, zijn de gemeentelijke en bovengemeentelijke bijdragen.

De gemeentelijke bijdrage wordt bepaald door de rioolbeheerder die de keuze heeft tussen een standaardtarief of een individueel tarief op basis van de heffingsgegevens vermeld in het VMM-dossier. De bovengemeentelijke bijdrage wordt altijd berekend aan de hand van de heffingsgegevens.

Hoe de heffing precies berekend wordt, is zeer technisch, maar heeft wel een invloed op de eindafrekening. Hierdoor kunnen de tarieven iets hoger liggen dan hierboven vermeld. Toch blijft het zinvol om beide tarieven te vergelijken en onmiddellijk te kiezen voor de goedkoopste tariefstructuur.

Tot slot: wie een dossier heeft bij de Vlaamse Milieumaatschappij, krijgt twee afrekeningen: een afrekening van de watermaatschappij voor de productie en levering van het water en de afvoer van het afvalwater en een afrekening van de Vlaamse Milieumaatschappij voor de zuivering (daarin worden de voorschotten betaald aan de watermaatschappij automatisch verrekend).

Hoe energie en water factureren?

Wie maaltijden aanbiedt, kan bijna onmogelijk energie apart factureren. Voor zelfkook is dit dan weer wel aangewezen.

Factureren kan op twee manieren, ofwel met een forfait ofwel aan de hand van het effectieve verbruik. Het forfait heeft als voordeel dat de groep voordien de kostprijs kent. Het nadeel is dat zuinig verbruik niet wordt beloond. Daarom geniet het factureren aan de

hand van het verbruik de voorkeur. Het plaatsen van meters en eventueel tussenmeters loont daarom zeker de moeite.
Wat op de factuur vermeld staat, kan aangerekend worden aan de groepen. Niet minder, maar ook niet meer. Het is immers niet toegelaten om energie te verkopen met winst, afrondingen buiten beschouwing gelaten.

Vergeet tot slot bij het effectieve verbruik van zowel elektricteit, gas als water ook de btw niet door te rekenen.

Lees meer over prijsbepaling in HuisWerk. De meest recente prijsvork vind je in HuisWerk 43, in het dossier cijfers achter de uitbating.

Vrijwilligersadministratie
Vrijwilligerswet

In 2005 is er een wettelijk kader uitgewerkt voor vrijwilligerswerk. In 2006 werd de wet meteen aangepast. In ons tijdschrift hadden we uiteraard aandacht voor de gevolgen die de nieuwe wet had voor het jeugdtoerisme.

Lees meer over de wet uit 2005 in HuisWerk.
Lees mee over de aanpassingen uit 2006 in HuisWerk.

Voor up-to-date informatie kan je terecht bij het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk.

Forfaitaire kostenvergoeding voor vrijwilligers

Als vrijwilligers af en toe kosten maken, kan je dit op twee verschillende manieren vergoeden. Je kan hen vragen hun reële kosten te bewijzen en deze terugbetalen. Een tweede werkwijze is om gebruik te maken van een forfaitaire kostenvergoeding. Deze forfaits zijn uiteraard niet onbeperkt, hiervoor gelden plafonds die jaarlijks worden geïndexeerd. Als je per vrijwilliger de grenzen niet overschrijdt, zijn de vergoedingen niet belastbaar en niet onderworpen aan RSZ.

In principe kan een vrijwilliger een reële kostenvergoeding en een forfaitaire kostenvergoeding niet combineren. Dit principe geldt individueel: een vrijwilliger die in meerdere organisaties actief is, moet zich dus steeds volgens hetzelfde principe laten vergoeden. Eén uitzondering: een forfaitaire kostenvergoeding is wel combineerbaar met een terugbetaling van vervoerkosten, zolang je opnieuw het vooropgestelde maximumbedrag niet overschrijdt.

De actuele bedragen vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Personeelsadministratie

Over deze materie valt zeer veel te zeggen en de informatie is vaak heel gespecialiseerd en technisch. Daarom beperken we ons liever tot het aanbieden van enkele interessante links.

Sociale secretariaten
Acerta
ADMB
Groep S
SD Worx

Horecapersoneel
De meeste werknemers in jeugdverblijven vallen onder het paritair comité van de horeca. Je vindt hier nog verder informatie over loonschalen en het Waarborg en Sociaal Fonds Horeca.

Tewerkstellingsmaatregelen

Goed en betaalbaar personeel vinden is voor veel jeugdverblijfcentra niet eenvoudig. Vzw's kunnen een personeelssubsidie ontvangen via de Afdeling Jeugd. Klik hier voor de voorwaarden.

Daarnaast bestaan er tal van maatregelen vanuit de overheid. We denken dan bijvoorbeeld aan RSZ-vermindering, werkervaringsprojecten, tewerkstellingspremies voor bijzondere doelgroepen... Klik hier voor meer info.

Vzw
Heel wat jeugdverblijven worden uitgebaat door een vzw. De afweging of je best een vzw bent, dan wel een feitelijke vereniging of een particulier persoon, is geval per geval te bekijken. Toch zijn er een aantal onmiskenbare voordelen voor vzw's:
  • Het jeugdverblijf wordt uitgebaat door de vzw als rechtspersoon. De leden van de vereniging zijn op dat moment niet langer persoonlijk aansprakelijk, op voorwaarde dat de vzw geleid wordt als 'goede huisvader'.
  • Als vzw kom je in aanmerking voor subsidies binnen het decreet jeugdverblijfcentra. Dit gaat over werkings- en personeelssubsidies (voor infrastructuursubsidies is geen vzw-structuur vereist).
  • Als vzw kan je over bezittingen beschikken. Dit wil echter niet zeggen dat de vzw altijd eigenaar is. Er kan ook gehuurd worden.
  • Is de vzw eigenaar van één of meerdere gebouwen, dan moet er ook onroerende voorheffing betaald worden, tenzij je als als erkend jeugdverblijf een vrijstelling hebt gekregen als "vakantiehuis voor kinderen".

Daar staat tegenover dat er op administratief vlak enkele taken bijkomen die niet allemaal gratis zijn. Je moet een algemene vergadering en raad van bestuur samenstellen, je moet statuten opstellen en publiceren, een boekhouding bijhouden en begrotingen en rekeningen goedkeuren.

Overloop daarom regelmatig volgende checklist:

  • Is het ledenregister bijgehouden?
    De verplichting om de ledenlijst neer te leggen bij de rechtbank van koophandel is in 2009 weggevallen. Wel moet elke wijziging van samenstelling van de algemene vergadering, binnen de acht dagen worden ingeschreven in het ledenregister. Dit ledenregister moet bijgehouden worden op de zetel van de vzw.
  • Zijn bestuurders gepubliceerd?
    Wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur moeten neergelegd worden bij de griffie van de rechtbank van koophandel. Dit moet gebeuren binnen één maand na de wijziging van de toestand. De rechtbank zorgt dan voor een publicatie hiervan in het Belgisch Staatsblad.
    Idem voor de aanstelling van gemachtigden, dagelijks bestuuders of commissarissen.
  • Zijn statuten gepubliceerd?
    Elke wijziging aan de statuten moet neergelegd worden bij de griffie van de rechtbank van koophandel, samen met een gecoördineerde tekst van de statuten (na de wijzigingen).
    De wijzigingen moeten eveneens gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Dit gebeurt via de griffie van de rechtbank van koophandel.
    Als er wijzigingen optreden bij de naam, de zetel of de einddatum van het boekjaar, moet ook de kruispuntbank van ondernemingen op de hoogte gebracht worden.
  • Zijn jaarrekeningen neergelegd?
    Jaarrekening en begroting moeten door de algemene vergadering goedgekeurd worden binnen de zes maanden na het afsluiten van het boekjaar.
    Jaarlijks moet de goedgekeurde jaarrekening neergelegd worden bij de griffie van de rechtbank van koophandel.
    Grote en heel grote vzw's moeten bovendien hun jaarrekening bezorgen aan de Nationale Bank, dit binnen de dertig dagen na de goedkeuring ervan.
Informatie rond de vzw wetgeving kan je ook vinden bij Procura, het ministerie van justitie dat een overzichtelijke brochure heeft uitgebracht en het VSDC. Het VSDC ondersteunt vzw's met raad en daad en beschikt over een handige website die antwoorden geeft op veelgestelde vragen.
Lees meer over vzw's in HuisWerk.
Boekhouding

Een boekhouding verplicht je om bij te houden wat je inkomsten en uitgaven zijn en leert je meer over je financiële toestand. Maar is boekhouden ook verplicht voor jeugdverblijfcentra? Hangt ervan af...

Grote vzw's

Vzw's moeten verplicht een boekhouding voeren. Welke boekhouding precies, is afhankelijk van de grootte van de vzw. Grote vzw's voldoen aan minstens twee of drie van volgende voorwaarden: maximaal vijf werknemers, maximaal 250 000 euro ontvangsten en een balanstotaal van maximaal 1 000 000 euro. Zij zijn verplicht om een dubbele boekhouding te voeren. Hoe dit precies moet bijgehouden worden, kan je best navragen bij een boekhouder.

Kleine vzw's

Als maximaal één van bovenstaande voorwaarden is voldaan, spreken we over een kleine vzw. Voor hen volstaat een vereenvoudigde boekhouding die in principe neerkomt op het bijhouden van de kasverrichtingen. Alle uitleg vind je in een brochure van FOD Justitie. Toch is dit niet zo eenvoudig als het lijkt, want op het einde van het jaar moet alles in een overzicht gegoten worden én moet er een inventaris worden opgemaakt. Het vraagt de nodige discipline om dit zelf tot een goed einde te brengen en als je dan toch een boekhouder onder de arm neemt, kan je beter meteen een dubbele boekhouding voeren.

Andere

Voor particuliere uitbaters is boekhouden geen verplichting. Wie echter meer dan 2000 euro infrastructuursubsidies heeft ontvangen, moet aan Toerisme Vlaanderen een financieel verslag bezorgen. Hiervoor kan je gebruik maken van een formulier waar een aantal rubrieken moeten worden ingevuld.

Vennootschappen ten slotte zijn uiteraard ook verplicht om een boekhouding te voeren volgens de wettelijke normen.

Fiscaliteit

Jeugdverblijven en kampeerterreinen zijn onderworpen aan diverse vormen van fiscaliteit. Daarbij is elke situatie verschillend. In HuisWerk 0, HuisWerk 36 en HuisWerk 37 worden de krijtlijnen uitgetekend. Hieronder vind je een beknopte samenvatting.

Personenbelasting (van toepassing op particulieren en zelfstandigen)

Particulieren en zelfstandigen die een jeugdverblijf of kampeerterrein uitbaten, worden belast op hun inkomsten. Voor jeugdverblijven in zelfkook geldt de belasting op verhuurde (on)roerende goederen. De berekening daarvan hangt af van het soort huurder. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen natuurlijke personen, verhuur aan verenigingen en gemengde verhuur. Voor particulieren die de formule volpension aanbieden, geldt de belasting op de beroepsinkomsten.

Rechtspersonenbelasting (van toepassing op vzw's)

Jeugdverblijven uitgebaat door een vzw vallen normaal gezien onder de rechtspersonenbelasting en niet onder de vennootschapsbelasting.

Hoe je de rechtspersonenbelasting moet invullen, vind je op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Successieplanning (van toepassing op particulieren en zelfstandigen)

Bij het overlijden van een natuurlijke persoon, moeten de erfgenamen successierechten betalen. Hoeveel dit precies is, hangt af van de keuzes die vooraf werden gemaakt. Via diverse legale technieken, vastgelegd in het erfrecht, kunnen er wel wat belastingen bespaard worden. Enkele voorbeelden zijn het testament, beding van aanwas, het duo-legaat, de schenking en de gunstregeling voor het familiebedrijf.

In HuisWerk 36 hadden we het uitgebreid over schenkingsrechten. Op pagina 11 publiceerden we een tabel met de verschillende tarieven.
Op 3 april 2015 kondigde de Vlaamse regering echter “een verlaging, vereenvoudiging en vergroening van de schenkingsrechten op de onroerende goederen aan”. En als we de cijfers vergelijken, gaat het inderdaad over een behoorlijke verlaging van de verschuldigde bedragen aan de fiscus. Vooral voor de niet-rechte lijn en in het geval van een energierenovatie (E.R.) gaan de bedragen spectaculair omlaag.
Nog goed om weten: het progressievoorbehoud (zie eveneens HuisWerk 36) blijft behouden op 3 jaar.

Eengemaakte schalen Tarief rechte lijn en partners Tarief niet rechte lijn 
0 tot 150 000 euro  3% 10 % (met E.R.: 9 %)
150 000 tot 250 000 euro  9 % (met E.R.: 6 %) 20 % (met E.R.: 17 %)
250 000 tot 450 000 euro  18 % (met E.R.: 12 %) 30 % (met E.R.: 24 %)
Boven 450 000 euro  27 % (met E.R.: 18 %) 40 % (met E.R.: 31 %)

Patrimoniumtaks (enkel van toepassing op vzw's)

De patrimoniumtaks is van toepassing op de vzw’s die opgericht werden na 10 juli 1921 en waarvan het geheel van de bezittingen hoger ligt dan 25 000 euro. De taks is jaarlijks verschuldigd en moet betaald worden voor 31 maart. De aangifte moet je uit eigen beweging indienen en betalen. Soms verstuurt de fiscus hiervoor een oproep, maar dat gebeurt niet overal.

Btw

Btw staat voor belasting op toegevoegde waarde. Twee belangrijke vragen voor uitbaters: moet er btw aangerekend worden aan verblijvende jeugdgroepen en hoeveel btw moet betaald worden aan aannemers als er verbouwd wordt? 
- Wat de btw op verhuur betreft, zijn jeugdverblijven en kampeerterreinen  in veel gevallen vrijgesteld. Verhuur aan volwassenengroepen waarbij ook diensten (bijv. maaltijden) worden aangeboden, is niet vrijgesteld.
- Bij btw op verbouwing kunnen jeugdverblijven in zelfkookformule (met uitzondering van jeugdlokalen) genieten van een verlaagd btw-tarief van 6%, als er aan enkele courante voorwaarden wordt voldaan. Jeugdverblijven in volpension betalen 21% btw.  Opgelet: vanaf 2016 moet het gebouw minstens 10 jaar in gebruik zijn om van het verlaagd tarief te genieten, uiteraard als ook aan de andere voorwaarden is voldaan.  

(In HuisWerk wordt onder de titel afbraak en heropbouw verwezen naar drie kb's. Deze kb's vind je in het belgisch staatsblad onder de numac codes 2000011336, 2001011417 en 2005002069.

De steden opgesomd in de decreten zijn: de stedelijke centra van Antwerpen, Charleroi, Gent, Oostende, Mechelen, Bergen, La Louvière, Sint-Niklaas, Seraing en Luik;
op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Brussel, Anderlecht, Sint-Gillis, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek, Schaarbeek en Vorst;
en verder ook, Leuven, Brugge, Kortrijk, Roeselare, Aalst, Dendermonde, Genk, Hasselt, Moeskroen, Doornik, Verviers, Namen, Elsene, Ukkel en Etterbeek.)

Onroerende voorheffing

In het verleden was de onroerende voorheffing gekoppeld aan een aantal voorwaarden (o.m. bewijzen van een niet-winstgevend karakter) en was de vrijstelling bedoeld voor "vakantiehuizen voor kinderen", een definitie waarvan de fiscus in een aantal gevallen betwistte of een jeugdverblijfcentrum wel aan deze beschrijving voldeed. Met CJT hebben we jarenlang gevochten voor duidelijkheid in dit dossier, een strijd die we zowel in de rechtbank als langs politieke weg hebben geleverd.

Nu zijn de voorwaarden versoepeld: een erkenning als jeugdverblijfcentrum type A, B of C door Toerisme Vlaanderen volstaat voortaan voor de vrijstelling. Dus niet enkel voor vzw's, maar ook voor alle anderen zoals particulieren en feitelijke verenigingen.

Hoe pak je dit nu concreet aan en welke addertjes schuilen toch nog onder het gras?

Grosso modo zijn er vandaag twee soorten jeugdverblijfcentra:
 
1. Vandaag reeds vrijgesteld
Naar de reeds vrijgestelde jeugdverblijfcentra wordt geen aanslagbiljet meer verstuurd. Zij hoeven niets te doen, de vrijstelling blijft gelden.

In een beperkt aantal gevallen is de vrijstelling van tijdelijke aard (bijv. uitbater huurt zelf het gebouw via huurcontract van bepaalde duur). Dan dient de eigenaar een vrijstelling aan te vragen, vanaf het moment dat hij opnieuw een aanslagbiljet ontvangt.
 
2. Vandaag nog niet vrijgesteld
Je hebt in het najaar een aanslagbiljet ontvangen. Hierna heb je maximaal drie maanden tijd om een vrijstelling aan te vragen.
Nog belangrijk om weten: in afwachting van een antwoord van de Vlaamse Belastingdienst, moet je de onroerende voorheffing wel tijdig betalen. Eens de vrijstelling is toegekend, krijg je dan het volledige bedrag terugbetaald.
Zie ook http://belastingen.vlaanderen.be/bezwaar-indienen.

Toch zijn er nog enkele aandachtspunten waar je eventueel rekening moet mee houden:

1. Het jeugdverblijfcentrum heeft nog een andere functie
Een gebouw heeft recht op een vrijstelling onroerende voorheffing als er enkel vrijgestelde activiteiten in plaats vinden. Voor de combinatie jeugdlokaal-jeugdverblijfcentrum stelt dit geen probleem omdat ook de functie jeugdlokaal vrijgesteld is.
Voor andere functies (bijv. parochiezaal) kan dit wel de vrijstelling tenietdoen.
 
2. Het gebouw is opgesplitst: er is een gedeelte jeugdverblijfcentrum en een gedeelte met een andere functie (bijv. woonhuis).
De vrijstelling onroerende voorheffing geldt enkel voor het gedeelte jeugdverblijfcentrum. Er moet dan een opsplitsing van het kadastraal inkomen worden opgevraagd bij het kadaster. De Vlaamse Belastingdienst vraagt dit zelf op, maar als je zelf bij de aanvraag voldoende informatie aanreikt, kan dit de behandeling versnellen. Je kan dus al zelf naar het kadaster stappen om de “officieuze opsplitsing” te vragen.
 
3. De uitbater is zelf geen eigenaar van het gebouw
De eigenaar ontvangt het aanslagbiljet en moet dus ook de vrijstelling aanvragen. Als je als uitbater zelf het gebouw huurt, is dit dus in principe niet je verantwoordelijkheid, maar het kan natuurlijk geen kwaad om de eigenaar er op te wijzen dat hij wellicht recht heeft op een vrijstelling.
Als je het gebouw uitbaat via erfpacht, dan betekent dit dat je gedurende de erfpachtperiode de rechten en plichten van eigenaar uitoefent. Dan word je dus ook door de Vlaamse Belastingdienst beschouwd als eigenaar en zal je het aanslagbiljet ontvangen. In dit geval ben je dus zelf ook verantwoordelijk om de vrijstelling onroerende voorheffing aan te vragen.

Roerende voorheffing

Jeugdverblijven in zelfkook worden belast op hun roerende inkomsten, eenvoudig gezegd de verhuur van meubilair en gereedschappen. Meer informatie over deze heffing vind je in HuisWerk 40.

De geregistreerde kassa

In de praktijk heeft zo goed als geen enkel jeugdverblijf de geregistreerde kassa nodig en kan er dus verder gewerkt worden zoals voorheen. Maar wat als de witte kassa gebruikt zonder dat je hiertoe verplicht bent? Navraag bij de RSZ leerden ons dat de RSZ-voordelen wel degelijk van toepassing kunnen zijn op jeugdverblijven die de witte kassa gebruiken, op voorwaarde dat ook aan de andere voorwaarden is voldaan.

Voor de volledigheid geven we hieronder nog eens deze voorwaarden weer, zoals geformuleerd door de RSZ:
- Onder het paritair comité (302) voor het hotelbedrijf vallen.
- Gemiddeld maximum 49 werknemers tewerkstellen tijdens de referteperiode. Hierbij wordt rekening gehouden met alle werknemers in dienst van de werkgever (rechtspersoon), ongeacht de activiteit of het paritair comité waaronder ze ressorteren.
- Gedurende het volledige kwartaal een bij de fiscus geregistreerd kassasysteem (GKS) gebruiken in alle vestigingseenheden met een horeca-activiteit waar er contact is met klanten. Ook wanneer het gebruik van de geregistreerde kassa voor het verkrijgen van het fiscale voordeel niet vereist is, is dit wel noodzakelijk om de doelgroepvermindering te kunnen toepassen.
- Voor alle personeelsleden die werken in een vestigingseenheid waar er een horeca-activiteit wordt uitgevoerd in de brede zin van het woord (dus ook voor werknemers die niet ressorteren onder het paritair comité van de horeca) dagelijks begin- en einduur van de aanwezigheid registreren via het geregistreerd kassasysteem of het alternatieve systeem van aanwezigheidsregistratie (ASA). De registratie is niet van toepassing op de gelegenheidsarbeiders.

Uiteraard blijft het dan afwegen of de voordelen opwegen tegen de nadelen van de witte kassa, hiervoor verwijzen we opnieuw naar HuisWerk 37. Hou daarbij ook rekening met het feit dat de doelgroepvermindering, verkregen dankzij het gebruik van de witte kassa, niet kan gecumuleerd worden met andere reeds toegekende doelgroepverminderingen. Indien de werkgever recht heeft op meerdere doelgroepverminderingen voor dezelfde werknemers, mag hij de meest voordelige toepassen. Cumuleren met de structurele vermindering is wel mogelijk.

Het vrijwilligersstatuut en de fiscus

Wanneer er geen sprake meer is van vrijwilligerswerk omdat de vrijwilligerswet werd overtreden of de maximale vergoedingen werden overschreden, dan kan dat gevolgen hebben voor de vrijwilliger.

De ultieme test (HuisWerk 37 - pagina 12): extra toelichting bij de antwoorden

1:
A: een kampeerterrein met gebouw wordt enkel belast op het kadastraal inkomen verhoogd met 40%.
B: een gemeubeld gebouw wordt belast op het kadastraal inkomen, verhoogd met 40% en op de roerende inkomsten.
C: jeugdverblijven in een volpension zijn een gemeubeld logies omdat ze systematisch en voor een globale prijs een dienst aanbieden. Op de inkomsten van een gemeubeld logies moet er altijd een belasting op de beroepsinkomsten betaald worden en dus geen belasting op de verhuurde onroerende goederen.
D: de uitbater is een vzw, dan wordt er sowieso geen personenbelasting betaald, maar rechtspersonenbelasting.

2:
A: wat niet onder bezittingen valt, zijn o.a. de nog verschuldigde en niet-gekapitaliseerde intresten, rentetermijnen, huur- en pachtgelden en jaarlijkse bijdragen en inschrijvingsgelden.
B: de liquiditeiten en het bedrijfskapitaal bestemd om gedurende het jaar verbruikt te worden voor de activiteit van de vereniging, vallen niet onder de definitie van bezittingen.
C & D: de waarde van het belastbare vermogen bestaat uit het geheel van bezittingen. Het betreft zowel de roerende als onroerende goederen.

3:
A: de dienst in het kader van de jeugdactiviteiten (ook scholen) wordt vrijgesteld van btw.
B: wie gedurende maximaal 60 dagen per jaar een kampeerterrein ter beschikking stelt voor georganiseerde groepen die onder toezicht staan van monitoren en daarvoor enkel tenten gebruiken (een beperkt sanitair blok is toegestaan), is niet btw-plichtig
C: de dienst in het kader van de jeugdactiviteiten (ook een instelling bijzondere jeugdzorg) wordt vrijgesteld van btw.
D: een gemeubeld logies (=volpension) moet btw betalen, tenzij ze een vrijstelling genieten onder artikel 44, §2, 2° of artikel 44, §3, 2° uit het Wetboek btw. Dit is in dit voorbeeld niet het geval.

4:
A: verbouwingen aan een jeugdverblijf moeten in principe gefactureerd worden met 21 % btw. Enkel jeugdverblijven in zelfkook genieten van een verlaagd btw-tarief (6 %) als ze voldoen aan enkele voorwaarden. Vanaf het moment dat je één groep diensten zoals maaltijden aanbiedt, geldt automatisch het tarief van 21 % btw.
B: het jeugdverblijf in zelfkook voldoet aan alle voorwaarden om te genieten van een verlaagd btw tarief. Uitbreidingswerken zijn een verbouwing wanneer de oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na uitvoering van de werken groter is dan de helft van de totale oppervlakte van het gebouw na uitvoering van de werken.
C: een scoutslokaal voldoet niet aan de voorwaarde dat het gebouw uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als jeugdverblijf wordt gebruikt.
D: het plaatsen van een alarminstallatie is een verbetering van het onroerend goed en kan in aanmerking komen voor een verlaagd btw-tarief (als aan de andere voorwaarden voldaan is).

5:
A: er moet een keuze gemaakt worden tussen een forfaitaire en een reële kostenvergoeding. Beide combineren is niet mogelijk.
B: Els blijft onder de verplaatsingsvergoeding van maximaal 0,20 euro per gereden kilometer. Er stelt zich geen probleem.
C: een administratief personeelslid kan als vrijwilliger voor dezelfde organisatie pannenkoeken bakken omdat er een groot verschil zit in de uitgevoerde activiteiten.
D: er kan moet een keuze gemaakt worden tussen een forfaitaire en een reële kostenvergoeding. Beide combineren is niet mogelijk.

 

Verzekeringen
Het uitbaten van een jeugdverblijf houdt risico's in voor jezelf, de verblijvende groepen en de omgeving. Daarom is het aangeraden je te verzekeren tegen deze risico's. Op die manier ben je beter beschermd tegen de risico's die je lijdt of veroorzaakt. Bijna elk risico kan je laten verzekeren mits je daarvoor de nodige bijdragen betaalt. Sommige verzekeringen zijn verplicht, andere niet.
Als er zich een schadegeval voordoet, is het een kwestie van snel handelen. Maak daarom foto's van de schade of roep een vakman of expert op. Indien nodig kan je de politie voor een proces verbaal oproepen of een geneesheer het ongevalformulier laten opstellen. Hou ook rekening met de franchise of vrijstelling. Dit is het bedrag dat je zelf moet betalen wanneer je de verzekering aanspreekt. Wanneer de schade nauwelijks hoger is dan de franchisekost, loont het openen van een dossier niet de moeite.
Wie zich verzekert, is echter niet vrij van mogelijke schuld. Je moet als uitbater de risico's dus altijd proberen te beperken. Is schade te wijten aan nalatigheid, opzet of een zware fout, dan kan de vergoeding evengoed niet worden uitgekeerd.
Het maximumbedrag van de vergoeding en/of de manier waarop het wordt uitbetaald, staat ook altijd vermeld in de polis.
De verzekering burgerlijke aansprakelijkheid
De 'verzekering burgerlijke aansprakelijkheid uitbating' dekt de schade veroorzaakt aan derden tijdens de uitvoering van de activiteiten. Hierdoor ben je beschermd voor materiële en lichamelijk schade aan derden. Deze verzekering is verplicht voor wie subsidies aanvraagt bij Afdeling Jeugd. Bijkomend kan je ook beschermd worden voor onstoffelijke schade. Wanneer de tegenpartij financieel verlies (bv. loonverlies) lijdt door schade, dan wordt deze vergoed. Doorgaans is er ook rechtsbijstand inbegrepen, zodat eventuele gerechtskosten en advocaatkosten ook door je verzekering vergoed kunnen worden.
Arbeidsongevallenverzekering
Wie met personeel (zowel arbeiders als bedienden) werkt, is wettelijk verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Deze verzekering vergoedt lichamelijke schade opgelopen tijdens de werkuren en het woon-werkverkeer. De gemaakte medische en ziekenhuiskosten worden terugbetaald. In geval van overlijden en tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid krijgen de rechthebbenden een uitkering van rente. De werkgever krijgt het gewaarborgd loon terugbetaald.
Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor vrijwilligers

Jeugdverblijven die met vrijwilligers werken, moeten volgens de vrijwilligerswet minstens al hun vrijwilligers verzekeren voor burgerlijke aansprakelijkheid.

Wanneer er sporadisch vrijwilligers bijspringen, kan je beroep doen op de gratis vrijwilligersverzekering via de provinciale steunpunten vrijwilligerswerk. In de vrijwilligersverzekering zit burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en waarborg lichamelijk ongevallen. Meer informatie kan je vinden via de desbetreffende provincies: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg.

Werken vrijwilligers op regelmatige basis, dan neem je best een aparte clausule op via de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid.

Vanaf 1 januari 2018 zijn de provincies niet langer bevoegd voor de persoonsgebonden bevoegdheden, zoals cultuur, jeugd, welzijn en sport. Belangrijke pijler in dat provinciale beleid was de gratis verzekering voor vrijwilligers. Vanaf volgend jaar neemt de Vlaamse overheid de gratis vrijwilligersverzekering over. Meer info over de vrijwilligersverzekering van de Vlaamse overheid vind je hier.

Objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing

Door de wet van 30 juli 1979 rond de preventie van brand en ontploffing, zijn publiek toegankelijke inrichtingen verplicht verzekerd tegen lichamelijke en stoffelijke schade ten gevolge van brand en ontploffing. Er bestaat een limitatieve lijst van inrichtingen die hieronder vallen. Een jeugdherberg is één van die inrichtingen. Jeugdverblijfcentra staan echter niet op het lijstje en dat zorgt voor veel onduidelijkheid en rechtsonzekerheid.

Of je jeugdverblijf wel of niet een verzekering objectieve aansprakelijkheid moet afsluiten, is afhankelijk van de burgemeester. Hij kan beslissen dat je centrum geen verzekering moet afsluiten, maar dat wil nog niet zeggen dat je in geval van brand of ontploffing niet verantwoordelijk kan worden gesteld. Door deze onduidelijkheid kan je veiligheidshalve wel beter een polis afsluiten. Bovendien zijn er groepen die expliciet naar een attest objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing vragen wanneer ze boeken.

Wanneer men de gebouwen niet alleen verhuurt als jeugdverblijf, maar ook ter beschikking stelt aan derden voor het inrichten van fuiven, als polyvalente ruimte of als sportzaal, is er expliciet een wettelijke verplichting om de verzekering af te sluiten. Het centrum voorziet dan best een dekking voor rekening van alle inrichters.

Brandverzekering

De brandverzekering is niet verplicht maar wel een absolute aanrader. De verzekering dekt de schade aan het gebouw en eventueel de inboedel als gevolg van brand. Ook schade veroorzaakt door storm en natuurrampen zijn verplicht opgenomen. Waterschade, glasbreuk, vandalisme, inbraak, kortsluiting, e.d. zijn facultatieve waarborgen.

Het gebouw kan je op drie manieren laten verzekeren:

  • Heropbouw of nieuwwaarde: wanneer je gebouw volledig vernield wordt, dan kan je een gelijkaardig gebouw neerzetten zonder dat je beperkt bent door de verzekerde waarde.
  • Werkelijke waarde: dit is de nieuwwaarde minus de slijtage aan het gebouw.
  • Eerste risico: hierbij bepaalt de verzekeringsnemer zelf het verzekerde bedrag.

De inboedel is in principe verzekerd tegen de werkelijke waarde of de nieuwwaarde, afhankelijk van de polis.

Als eigenaar of erfpachtnemer is het aangewezen zowel het gebouw als de inboedel te laten verzekeren.

Huur je een gebouw, dan moet je je als uitbater laten verzekeren op basis van wat bepaald is in de huurovereenkomst. Veelal is dit een verzekering voor de inboedel en huurderaansprakelijkheid.

Tot slot kunnen eigenaars of verhuurders er voor kiezen afstand van verhaal uit te oefenen. Dit wil zeggen dat huurders niet aansprakelijk kunnen worden gesteld wanneer ze schade veroorzaken waardoor ze geen brandverzekering huurderaansprakelijkheid moeten afsluiten. Als uitbater zal je door deze optie de schade sneller vergoed zien want er kan geen discussie zijn tussen verzekering verhuurder en verzekering huurder. Meestal leidt afstand van verhaal wel tot een bijpremie, in sommige gevallen wordt het gratis toegevoegd. Afstand van verhaal moet wel altijd in  het huurcontract en schriftelijk bevestigd worden door de verzekeraar van de eigenaar. Enkel wanneer een maximumbedrag in de regeling met afstand van verhaal wordt bepaald, kan de huurder bij een hoger bedrag nog aansprakelijk worden gesteld.

Autoverzekering
Heb je voor het jeugdverblijf een wagen aangekocht, dan ben je verplicht een autoverzekering af te sluiten. In deze verzekering kunnen eerste hulp en herstellingshulp inbegrepen zijn. Verder worden de inzittenden vergoed via de autoverzekering verbonden aan het voertuig. Facultatief is een verzekering rechtsbijstand of een omnium.
Verzekering alle risico's
Met deze verzekering kan je voorwerpen zoals tenten, geluidsinstallatie of computers al dan niet tijdelijk verzekeren tegen risico's als vandalisme en diefstal. Wanneer er echter geen sporen zijn van (in)braak, dan wordt er geen vergoeding uitgekeerd. Alvorens deze verzekering af te sluiten, is het aangeraden na te gaan of dit tegen meerprijs niet kan worden opgenomen in de brandverzekering.
Aansprakelijkheidsverzekering voor bestuurders
Je kan de Raad van Bestuur ook verzekeren tegen de financiële gevolgen in geval van nalatigheid, vergissingen of bestuursfouten. Deze verzekering is niet verplicht maar wordt sinds de strengere regels rond aansprakelijkheid van bestuurders meer en meer afgesloten.
Wie betaalt wat?

Of de verzekering van de uitbater dan wel die van de verblijvende groep moet worden aangesproken, is niet altijd duidelijk. Groepen beschikken vaak over enkele verzekeringen, maar welke deze zijn, is afhankelijk van het type groep.

De meeste verenigingen hebben een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid inclusief rechtsbijstand en een verzekering voor ongevallen waaronder ook voedselvergiftiging en insectenbeten opgenomen staat. De meeste jeugdwerkgroepen beschikken bovendien over een verzekering tegen brand, ook op verplaatsing. (Meer info verzekeringen: ksj-ksa-vksj, scouts en gidsen Vlaanderen, chiro, klj, fos)

De meeste scholen beschikken over een polis die de burgerlijke aansprakelijkheid dekt van de leerlingen en van het onderwijzend personeel (ook vrijwilligers).

Familiegroepen kunnen bij schade beroep doen op hun familiale verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid), op voorwaarde dat deze verzekering werd afgesloten. In geval van brand op verplaatsing zijn familiegroepen, in tegenstelling tot de jeugdwerkgroepen, door hun brandverzekering echter niet verzekerd tenzij er een extra clausule werd toegevoegd. Als uitbater kan je de familiegroepen via je contract of huishoudelijk reglement

verplichten over bovenstaande verzekeringen te beschikken. Een andere optie is zelf afstand van verhaal aan je brandpolis toevoegen, waardoor alles wordt geregeld via je eigen brandverzekering.

Lees meer over verzekeringen in HuisWerk.

Keuringen

Aan welke eisen moet je voldoen om met een jeugdverblijfcentrum in regel te zijn? Het is een veelgestelde vraag. In eerste instantie bestaat er de 'nieuwe regelgeving op jeugdverblijfcentra' die op de site uitgebreid aan bod komt, maar dat is niet alles. Er zijn nog tal van wettelijke vereiste attesten en controles.

Om door het bos de bomen nog te zien kan je gratis via ondersteuning@cjt.be een logboek aanvragen waarin alle mogelijke attesten en controles opgelijst staan. Het logboek kan je daarna zelf aanvullen met data en attesten waardoor het een praktisch en onmisbaar werkinstrument wordt.

Lees meer over keuringen in HuisWerk

 

Adressen van keuringsinstanties vind je hieronder, uitgesplitst per thema.

Elektriciteit

Mazout/stookolie

Aardgas

Auteursrechten

Op 30 juni 1994 werd de auteurswet goedgekeurd. Deze wet bevat zowel het auteursrecht dat zowel tekstschrijvers als componisten beschermt als het naburig recht dat een zelfde soort bescherming voorziet voor uitvoerende kunstenaars en producenten.

Via de auteurswet kan elke artiest en/of uitvoerende kunstenaar het gebruik van zijn werk dus verbieden of toelaten en een prijs voor het gebruik van zijn werk bepalen. Om deze bijdrage te innen werden door de wet voorziene collectieve beheersvennootschappen opgericht.

Wanneer er muziek wordt gespeeld, dan moeten meestal twee bijdragen worden betaald: een bijdrage aan SABAM die bedoeld is voor de tekstschrijvers en componisten en de billijke vergoeding voor uitvoerende artiesten en producenten.

De auteurswet wordt meestal in verband gebracht met muziek, toch beschermt deze wet ook bijvoorbeeld schilders, schrijvers en fotografen.

Geldt het auteursrecht voor jeugdverblijven?
Wanneer muziek zomaar voor elke groep speelt, dan moet je als uitbater SABAM én billijke vergoeding betalen. Wanneer de muziek pas op aanvraag of tegen kostprijs wordt aangeboden, wijzigt de situatie. In principe kan je stellen dat het dan de taak van de groep zelf is om de diverse beheersvennootschappen op de hoogte te stellen en, indien nodig, een vergoeding te betalen. Wil je als uitbater op zeker spelen en geen
SABAM of billijke vergoeding betalen, dan bied je geen muziek aan en laat je de groepen dit zelf meebrengen.
Hoeveel kost SABAM?

SABAM voorziet een licentie voor elke vorm van muziekgebruik die ervoor zorgt dat je de toelating krijgt iemand zijn werk te gebruiken.

Leden van de Horecafederatie krijgen wel 10% korting op de SABAM-factuur en dit tot maximum 42.74 euro. Opgelet, de korting geldt niet voor billijke vergoeding.

Hoeveel kost de billijke vergoeding?

De bijdrage hangt af van wie betaalt en de oppervlakte waar de muziek aangeboden wordt. Voor tijdelijke activiteiten gelden ook hier andere tarieven. De diverse prijzen kan je op de website van de billijke vergoeding raadplegen.

Geldt het auteursrecht voor de werkplaats?

In principe kan muziek in de werkplaats gespeeld worden zonder hiervoor SABAM en/of billijke vergoeding te betalen, maar enkel op voorwaarde dat er een beperkte en vaste personeelsploeg werkt.

Lees meer over auteursrechten in HuisWerk.
Overnachtingscijfers

Een erkend jeugdverblijf moet overnachtingscijfers doorgeven aan Toerisme Vlaanderen en de FOD Economie. Dit kan maandelijks in één handeling via de statistiekenmodule op www.jeugdverblijven.be. Wie de overnachtingscijfers niet doorgeeft wordt geschorst.

Erkende jeugdverblijven die subsidies ontvangen van Afdeling Jeugd moeten voor 1 februari een werkingsverslag insturen. Dit verslag moet o.a. overnachtingscijfers bevatten, gegevens die voor gebruikers van de statistiekenmodule eveneens beschikbaar zijn.

Inloggen op de beheerspagina van www.jeugdverblijven.be kan via www.cjt.be. Een handleiding vind je onder de rubriek 'Mijn Statistieken' (het grijze navigatiemenu).

Kampeerterreinen en niet erkende jeugdverblijven moeten geen overnachtingscijfers doorgeven. Niet erkende jeugdverblijven zijn jeugdlokalen die geen erkenning aanvragen omdat ze minder dan 60 dagen per jaar verhuren aan andere jeugdbewegingen. 

Gegevensbescherming

De GDPR (of voluit: General Data Protection Regulation) is van toepassing vanaf 25 mei 2018 en kan  voor heel wat jeugdverblijfcentra en kampeerterreinen gevolgen hebben voor de dagelijkse werking. Want wie persoonsgegevens bijhoudt (in ons geval meestal van hetzij klanten, hetzij personeel of vrijwilligers), dient rekening te houden met volgende principes:

1. Bewustmaking

Maak iedereen in je organisatie die te maken heeft met persoonsgegevens, bewust van de (nieuwe) regels.

2. Inventaris

Maak een overzicht van je activiteiten die vallen onder de GDPR, zoals verzamelen, bewaren, verspreiden, kopiëren en bewerken van gegevens. Welke gegevens worden waar bewaard en hoe lang? Wie heeft er toegang toe? Is bescherming van de gegevens voorzien? Met wie worden de gegevens uitgewisseld? Waarvoor worden de gegevens gebruikt? …

3. Analyse

Op basis van de inventaris bekijk je voor welke doeleinden je bepaalde persoonsgegevens bijhoudt en verwerkt en of de twee met elkaar in verhouding staan. Voor de gegevens die je wel degelijk wil bijhouden, ga je na of er verbeterstappen mogelijk zijn.

De GDPR verplicht ook om overeenkomsten af te sluiten met derden waaraan verwerkingsactiviteiten worden uitbesteed, denk bijvoorbeeld aan het sociaal secretariaat.

4. Register verwerkingsactiviteiten

Maak een elektronisch register aan waarin alle verwerkingsactiviteiten en hun kenmerken worden bijgehouden. Je vermeldt daarin doeleinde, soort gegevens, van wie de gegevens zijn, van wie je de gegevens krijgt of aan wie je ze doorgeeft, hoe lang de gegevens bewaard worden en hoe je ze beveiligt.

5. Privacyverklaring

Betrokkenen moeten toegang hebben tot een privacyverklaring, waarin je uitlegt hoe je omgaat met de persoonsgegevens en bij wie men terecht kan in geval van problemen. De verklaring is beknopt en duidelijk.

6. Aanstellen verantwoordelijke gegevensregistratie

Dit is verplicht voor overheden of organisaties die gevoelige gegevens bijhouden. Vandaag gaan we er van uit dat deze stap niet van toepassing is op het jeugdtoerisme.

7. Melding datalekken

Een datalek kan ontstaan als je databank gehackt wordt, maar ook als bijvoorbeeld een laptop of usb-stick verloren gaat. In dat geval ben je verplicht om dit binnen de 72 uur door te geven aan de Privacycommissie.

 

Bovenstaande tekst is mede gebaseerd op het stappenplan van Scwitch, surf voor de uitgebreide versie naar www.scwitch.be.

 

Digitalisering

Digitaal is het nieuwe normaal. Ook binnen het jeugdtoerisme kan je nog moeilijk om digitalisering heen. Het helpt dikwijls om efficiënter te werken en de groepen beter te helpen.

Welke digitale hulpmiddelen er bestaan  en kunnen helpen bij de uitbating van een jeugdverblijf lees je in HuisWerk.