Je bekijkt onze site het best met Internet Explorer 7
Prijsbepaling
Vrijwilligersadministratie
Personeelsadministratie
Vzw
Boekhouding
Fiscaliteit
Verzekeringen
Keuringen
Auteursrechten
HuisWerk 25 Groepen informeren
HuisWerk 26 Maaltijden bereiden
huiswerkmagazine
Nieuws
25/01/2012

Op onze jaarlijkse Trefdagen zullen we het dit jaar hebben over verzekeringen. We werken het ...

18/01/2012

Vanaf december 2013 zal ons drinkwater minder lood moeten bevatten. De norm wordt verlaagd van 25 ...

18/01/2012

Sinds 1 januari 2012 gelden vereenvoudigde regels voor studentenarbeid. Tot vorig jaar was er ...

19/10/2011

Onder de titel 'jeugdtoerisme in je gemeente' organiseert CJT Ondersteuning twee ...

17/06/2011

Jeugdverblijven konden intekenen op de samenaankoop voor brandveiligheidsmateriaal, ...

Prijsbepaling
Een gezond financieel beheer is voor een jeugdverblijf belangrijk. Daarom mogen de kosten op termijn zeker niet hoger liggen dan de inkomsten. Het is dus duidelijk dat de vraagprijs en de gemaakte kosten elkaar beïnvloeden.
Hoe moet je de vraagprijs bepalen?
Het bepalen van de vraagprijs is echter niet evident. Het decreet 'toerisme voor allen' legt immers geen minimum- of maximumprijzen op. Wel moet een sociaal aanvaardbare prijszettingspolitiek gehanteerd worden, in het bijzonder naar jeugdgroepen. Verder moeten jeugdverblijven van het type B en C jaarlijks en in overleg met het Steunpunt vakantieparticipatie een overnachtingsaanbod voorzien voor personen met een laag inkomen. Aan dat aanbod wordt dan wel een maximumprijs gekoppeld. Een expliciet lagere prijs voor jeugdwerkverenigingen geldt wel voor jeugdverblijven die subsidies ontvangen van Afdeling Jeugd.  Alhoewel niet omschreven staat hoeveel lager de prijs moet zijn, is het wel aangeraden een duidelijk prijsverschil te hanteren. Dit helpt om de 70% voor jeugdovernachtingen te behalen.
Hoe fel gaan prijzen stijgen, welke extra verplichtingen komen erbij, welk subsidiebedrag zal ontvangen worden en hoeveel groepen zullen verblijven? Het zijn maar enkele van de vele vragen die het bepalen van een vraagprijs bemoeilijkten. Zeker voor jeugdverblijven die starten, is dit koffiedik kijken. Gelukkig kan beroep worden gedaan op een prijsvork, opgesteld op basis van de gegevens op jeugdverblijven. Bestaande centra kunnen zich daarentegen baseren op de overnachtingsprijzen van voorgaande jaren en deze aanpassen aan de hand van de gezondheidsindex.
Onderscheid tussen zelfkook en volpension
In zelfkook wordt best een vast bedrag gerekend per gebouw per nacht. Zo is er een duidelijk beeld van de te verwachten inkomsten. Maar ook een prijs per persoon per nacht kan. De inkomsten per nacht zijn dan echter onzeker. Om een minimum aan inkomsten te verzekeren is een minimumvraagprijs, eventueel uitgedrukt in een minimum aantal personen, zeker aangewezen. Kosten zoals energie, gebruik van beddengoed en/of afval worden best apart gerekend. Zuinige groepen worden op die manier beloond. Extra kosten zoals dossierkosten en een veelheid aan kortingen worden best vermeden om een transparante prijs en duidelijke factuur te garanderen. Voor volpension is een prijs per persoon per etmaal het meest gebruikelijk, ook liefst met een minimum aantal personen.
De voordelen van een voorschot en waarborg
Voor het verblijf wordt vaak gevraagd een voorschot of zelfs de volledige factuur te betalen. Dit bedrag wordt gezien als bevestiging van de reservatie. Wanneer het verblijf daarna geannuleerd wordt, kan een deel of het volledige bedrag worden afgehouden, afhankelijk van wanneer er precies geannuleerd wordt. Tijdens het verblijf wordt dan best nog een waarborg gevraagd. Deze waarborg dient als vergoeding voor schade of extra kuiswerk. Ook energiekosten kunnen van de
waarborg worden afgehouden. Zorg er wel voor dat het bedrag voldoende hoog is, want de perceptie leeft dat een waarborg terugbetaald wordt. In volpension is het wel gebruikelijk om na het verblijf nog een slotfactuur op te sturen.
Contract is belangrijk

Om discussies bij de afrekening te vermijden, is een duidelijk contract belangrijk. Hierin staat zowel de wijze van factureren als betalen vermeld. Ook de annulatievergoeding wordt best duidelijk omschreven. Tot slot worden gevallen waarin de waarborg wordt ingehouden, ook best vermeld.

De energiefactuur
In geval van stookolie, butaan- en propaangas betaal je de factuur vooraf. Hierdoor kan je perfect uitrekenen wat het verbruik kost, op voorwaarde dat je kan meten. Gasflessen kan je wegen, voor de stookolietanks kan je een meter voorzien.
Voor elektriciteit en aardgas ligt dit anders. Daar wordt gewerkt met tussentijdse voorschotfacturen, de slotfactuur wordt achteraf opgemaakt. Er kan gekozen worden voor een vaste of variabele prijs. Een vaste prijs heeft als voordeel dat het bedrag dat moet worden doorgerekend aan de groepen, gemakkelijker te bepalen is. De kostprijs van een vaste prijs ligt wel hoger, maar anderzijds ben je niet meer afhankelijk van de voorspelde prijsstijgingen.
De factuur wordt opgesplitst in een vaste abonnementsprijs, het effectieve verbruik, distribitie en transportkosten en een aantal taksen. Voor de verbruiksprijs kan gekozen worden tussen een normaal tarief, een tweevoudig tarief en een nachttarief. Voor jeugdverblijven die veel verhuren tijdens weekends, is een tweevoudig tarief een absolute aanrader omdat het volledige weekend als daluren beschouwd wordt.

Om de effectieve kostprijs van aardgas te berekenen, moet de eenheid op de meterstand omgezet worden naar de eenheid vermeld op de factuur. Omdat 1m³ aardgas ongeveer 11 kWh (kilowatt uur) is, wordt het verschil tussen beide meterstanden vermenigvuldigd met het getal 11.

De diverse facturen onder de loep
Wil je een beter zicht krijgen op de energiefactuur, dan kan je via je energieleverancier en op basis van de gekozen formule een tariefkaart opvragen waarop de diverse eenheidsprijzen vermeld staan. Op de website van de VREG (Vlaamse reguleringsinstantie voor de elektriciteits- en gasmarkt) kan je op basis van je eigen verbruik een prijssimulatie doen voor de verschillende energieleveranciers. Hou er wel rekening mee dat kortingen en acties niet worden meegenomen in de simulatie.
De waterfactuur

De waterfactuur is een geïntegreerde factuur. Dit wil zeggen dat de milieuheffing erin vervat zit. Ze bestaat uit een een vaste abonnementsprijs per jaar, een bijdrage voor de productie en levering van water, een gemeentelijke bijdrage en een bovengemeentelijke bijdrage. Wie zelf in waterzuivering voorziet, kan op deze laatste bijdrage eventueel een korting krijgen. Ook hier wordt met tussentijdse voorschotfacturen gewerkt, waarna een slotfactuur wordt opgemaakt.

De bijdragen zijn vaste bedragen per m³ water en verschillen van gemeente tot gemeente.

Voor regen- en putwater kan er ook een saneringsbijdrage gevraagd worden omdat je het water gebruikt en dus ook vervuilt. Daarom moet je de eigen waterwinning melden aan de Vlaamse Milieumaatschappij.

Hoe energie en water factureren?

Wie maaltijden aanbiedt, kan bijna onmogelijk energie apart factureren. Voor zelfkook is dit dan weer wel aangewezen.

Factureren kan op twee manieren, ofwel met een forfait ofwel aan de hand van het effectieve verbruik. Het forfait heeft als voordeel dat de groep voordien de kostprijs kent. Het nadeel is dat zuinig verbruik niet wordt beloond. Daarom geniet het factureren aan de

hand van het verbruik de voorkeur. Het plaatsen van meters en eventueel tussenmeters loont daarom zeker de moeite.
Wat op de factuur vermeld staat, kan aangerekend worden aan de groepen. Niet minder, maar ook niet meer. Het is immers niet toegelaten om energie te verkopen met winst, afrondingen buiten beschouwing gelaten.

Vergeet tot slot bij het effectieve verbruik van zowel elektricteit, gas als water ook de btw niet door te rekenen.

Lees meer over prijsbepaling in HuisWerk.

Vrijwilligersadministratie
Vrijwilligerswet

In 2005 is er een wettelijk kader uitgewerkt voor vrijwilligerswerk. In 2006 werd de wet meteen aangepast. Een up-to-date brochure is te raadplegen via de Koning Boudewijnstichting.

In ons tijdschrift hadden we uiteraard aandacht voor de gevolgen die de nieuwe wet had voor het jeugdtoerisme.

Lees meer over de wet uit 2005 in HuisWerk.
Lees mee over de aanpassingen uit 2006 in HuisWerk.

Forfaitaire kostenvergoeding voor vrijwilligers

Als vrijwilligers af en toe kosten maken, kan je dit op twee verschillende manieren vergoeden. Je kan hen vragen hun reële kosten te bewijzen en deze terugbetalen. Een tweede werkwijze is om gebruik te maken van een forfaitaire kostenvergoeding. Deze forfaits zijn uiteraard niet onbeperkt, hiervoor gelden plafonds die jaarlijks worden geïndexeerd.

Vanaf 1 januari 2011 moet je rekening houden met volgende maximumbedragen: 30,82 euro per dag en 1 232,92 euro per jaar. Als je per vrijwilliger deze grenzen niet overschrijdt, zijn de vergoedingen niet belastbaar en niet onderworpen aan RSZ.

In principe kan een vrijwilliger een reële kostenvergoeding en een forfaitaire kostenvergoeding niet combineren. Dit principe geldt individueel: een vrijwilliger die in meerdere organisaties actief is, moet zich dus steeds volgens hetzelfde principe laten vergoeden. Eén uitzondering: een forfaitaire kostenvergoeding is wel combineerbaar met een terugbetaling van vervoerkosten, zolang dit het bedrag van 635,60 euro niet overschrijdt (bedrag geldig voor 2011).

Personeelsadministratie

Over deze materie valt zeer veel te zeggen en de informatie is vaak heel gespecialiseerd en technisch. Daarom beperken we ons liever tot het aanbieden van enkele interessante links.

Sociale secretariaten
Acerta
ADMB
Groep S
SD Worx

Horecapersoneel
De meeste werknemers in jeugdverblijven vallen onder het paritair comité van de horeca. Je vindt hier nog verder informatie over loonschalen en het Waarborg en Sociaal Fonds Horeca.

Tewerkstellingsmaatregelen

Goed en betaalbaar personeel vinden is voor veel jeugdverblijfcentra niet eenvoudig. Vzw's kunnen een personeelssubsidie ontvangen via de Afdeling Jeugd. Klik hier voor de voorwaarden.

Daarnaast bestaan er tal van maatregelen vanuit de overheid. We denken dan bijvoorbeeld aan RSZ-vermindering, werkervaringsprojecten, tewerkstellingspremies voor bijzondere doelgroepen... Klik hier voor een handig overzicht.

Vzw
Heel wat jeugdverblijven worden uitgebaat door een vzw. De afweging of je best een vzw bent, dan wel een feitelijke vereniging of een particulier persoon, is geval per geval te bekijken. Toch zijn er een aantal onmiskenbare voordelen voor vzw's:
  • Het jeugdverblijf wordt uitgebaat door de vzw als rechtspersoon. De leden van de vereniging zijn op dat moment niet langer persoonlijk aansprakelijk, op voorwaarde dat de vzw geleid wordt als 'goede huisvader'.
  • Als vzw kom je in aanmerking voor subsidies binnen het decreet jeugdverblijfcentra. Dit gaat over basis-, werkings- en personeelssubsidies (voor infrastructuursubsidies is geen vzw-structuur vereist).
  • Als vzw kan je over bezittingen beschikken. Dit wil echter niet zeggen dat de vzw altijd eigenaar is. Er kan ook gehuurd worden.
  • Is de vzw eigenaar van één of meerdere gebouwen, dan moet er ook onroerende voorheffing betaald worden, tenzij je als als erkend jeugdverblijf een vrijstelling hebt gekregen als "vakantiehuis voor kinderen".

Daar staat tegenover dat er op administratief vlak enkele taken bijkomen die niet allemaal gratis zijn. Je moet een algemene vergadering en raad van bestuur samenstellen, je moet statuten opstellen en publiceren, een boekhouding bijhouden en begrotingen en rekeningen goedkeuren.

Overloop daarom regelmatig volgende checklist:

  • Is het ledenregister bijgehouden?
    De verplichting om de ledenlijst neer te leggen bij de rechtbank van koophandel is in 2009 weggevallen. Wel moet elke wijziging van samenstelling van de algemene vergadering, binnen de acht dagen worden ingeschreven in het ledenregister. Dit ledenregister moet bijgehouden worden op de zetel van de vzw.
  • Zijn bestuurders gepubliceerd?
    Wijzigingen in de samenstelling van de raad van bestuur moeten neergelegd worden bij de griffie van de rechtbank van koophandel. Dit moet gebeuren binnen één maand na de wijziging van de toestand. De rechtbank zorgt dan voor een publicatie hiervan in het Belgisch Staatsblad.
    Idem voor de aanstelling van gemachtigden, dagelijks bestuuders of commissarissen.
  • Zijn statuten gepubliceerd?
    Elke wijziging aan de statuten moet neergelegd worden bij de griffie van de rechtbank van koophandel, samen met een gecoördineerde tekst van de statuten (na de wijzigingen).
    De wijzigingen moeten eveneens gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Dit gebeurt via de griffie van de rechtbank van koophandel.
    Als er wijzigingen optreden bij de naam, de zetel of de einddatum van het boekjaar, moet ook de kruispuntbank van ondernemingen op de hoogte gebracht worden.
  • Zijn jaarrekeningen neergelegd?
    Jaarrekening en begroting moeten door de algemene vergadering goedgekeurd worden binnen de zes maanden na het afsluiten van het boekjaar.
    Jaarlijks moet de goedgekeurde jaarrekening neergelegd worden bij de griffie van de rechtbank van koophandel.
    Grote en heel grote vzw's moeten bovendien hun jaarrekening bezorgen aan de Nationale Bank, dit binnen de dertig dagen na de goedkeuring ervan.
Informatie rond de vzw wetgeving kan je ook vinden bij Procura, het ministerie van justitie dat een overzichtelijke brochure heeft uitgebracht en het VSDC. Het VSDC ondersteunt vzw's met raad en daad en beschikt over een handige website die antwoorden geeft op veelgestelde vragen.
Lees meer over vzw's in HuisWerk.
Boekhouding

Een boekhouding verplicht je om bij te houden wat je inkomsten en uitgaven zijn en leert je meer over je financiële toestand. Maar is boekhouden ook verplicht voor jeugdverblijfcentra? Hangt ervan af...

Grote vzw's

Vzw's moeten verplicht een boekhouding voeren. Welke boekhouding precies, is afhankelijk van de grootte van de vzw. Grote vzw's voldoen aan minstens twee of drie van volgende voorwaarden: maximaal vijf werknemers, maximaal 250 000 euro ontvangsten en een balanstotaal van maximaal 1 000 000 euro. Zij zijn verplicht om een dubbele boekhouding te voeren. Hoe dit precies moet bijgehouden worden, kan je best navragen bij een boekhouder.

Kleine vzw's

Als maximaal één van bovenstaande voorwaarden is voldaan, spreken we over een kleine vzw. Voor hen volstaat een vereenvoudigde boekhouding die in principe neerkomt op het bijhouden van de kasverrichtingen. Alle uitleg vind je in een brochure van FOD Justitie. Toch is dit niet zo eenvoudig als het lijkt, want op het einde van het jaar moet alles in een overzicht gegoten worden én moet er een inventaris worden opgemaakt. Het vraagt de nodige discipline om dit zelf tot een goed einde te brengen en als je dan toch een boekhouder onder de arm neemt, kan je beter meteen een dubbele boekhouding voeren.

Andere

Voor particuliere uitbaters is boekhouden geen verplichting. Wie echter meer dan 2000 euro infrastructuursubsidies heeft ontvangen, moet aan Toerisme Vlaanderen een financieel verslag bezorgen. Hiervoor kan gebruikt worden van een formulier waar een aantal rubrieken moeten worden ingevuld.

Vennootschappen ten slotte zijn uiteraard ook verplicht om een boekhouding te voeren volgens de wettelijke normen.

Fiscaliteit
Als uitbater van een jeugdverblijfcentrum ben je aan een aantal fiscale regels onderworpen, of je nu uitbaat als privé-persoon dan wel als vzw of nog een andere constructie.

Goed om te weten is:

  • Jeugdverblijfcentra kunnen vrijgesteld worden van onroerende voorheffing. Voorwaarden zijn dat er geen winstbejag wordt nagestreefd en dat het kamphuis enkel gebruikt wordt voor jeugdtoerisme. De vrijstelling dient aangevraagd te worden: je kan hier een modelbrief downloaden.
  • Erkende jeugdverblijfcentra zijn vrijgesteld van btw.
  • In jeugdverblijfcentra kunnen verbouwingen uitgevoerd worden aan 6% btw, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan (o.m. gebouw minstens 5 jaar oud, er worden geen bijkomende diensten verstrekt zoals maaltijden of schoonmaak).
Lees meer over fiscaliteit in HuisWerk.
Verzekeringen
Het uitbaten van een jeugdverblijf houdt risico's in voor jezelf, de verblijvende groepen en de omgeving. Daarom is het aangeraden je te verzekeren tegen deze risico's. Op die manier ben je beter beschermd tegen de risico's die je lijdt of veroorzaakt. Bijna elk risico kan je laten verzekeren mits je daarvoor de nodige bijdragen betaalt. Sommige verzekeringen zijn verplicht, andere niet.
Als er zich een schadegeval voordoet, is het een kwestie van snel handelen. Maak daarom foto's van de schade of roep een vakman of expert op. Indien nodig kan je de politie voor een proces verbaal oproepen of een geneesheer het ongevalformulier laten opstellen. Hou ook rekening met de franchise of vrijstelling. Dit is het bedrag dat je zelf moet betalen wanneer je de verzekering aanspreekt. Wanneer de schade nauwelijks hoger is dan de franchisekost, loont het openen van een dossier niet de moeite.
Wie zich verzekert, is echter niet vrij van mogelijke schuld. Je moet als uitbater de risico's dus altijd proberen te beperken. Is schade te wijten aan nalatigheid, opzet of een zware fout, dan kan de vergoeding evengoed niet worden uitgekeerd.
Het maximumbedrag van de vergoeding en/of de manier waarop het wordt uitbetaald, staat ook altijd vermeld in de polis.
De verzekering burgerlijke aansprakelijkheid
De 'verzekering burgerlijke aansprakelijkheid uitbating' dekt de schade veroorzaakt aan derden tijdens de uitvoering van de activiteiten. Hierdoor ben je beschermd voor materiële en lichamelijk schade aan derden. Deze verzekering is verplicht voor wie subsidies aanvraagt bij Afdeling Jeugd. Bijkomend kan je ook beschermd worden voor onstoffelijke schade. Wanneer de tegenpartij financieel verlies (bv. loonverlies) lijdt door schade, dan wordt deze vergoed. Doorgaans is er ook rechtsbijstand inbegrepen, zodat eventuele gerechtskosten en advocaatkosten ook door je verzekering vergoed kunnen worden.
Arbeidsongevallenverzekering
Wie met personeel (zowel arbeiders als bedienden) werkt, is wettelijk verplicht een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten. Deze verzekering vergoedt lichamelijke schade opgelopen tijdens de werkuren en het woon-werkverkeer. De gemaakte medische en ziekenhuiskosten worden terugbetaald. In geval van overlijden en tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid krijgen de rechthebbenden een uitkering van rente. De werkgever krijgt het gewaarborgd loon terugbetaald.
Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor vrijwilligers

Jeugdverblijven die met vrijwilligers werken, moeten volgens de vrijwilligerswet minstens al hun vrijwilligers verzekeren voor burgerlijke aansprakelijkheid.

Wanneer er sporadisch vrijwilligers bijspringen, kan je beroep doen op de gratis vrijwilligersverzekering via de provinciale steunpunten vrijwilligerswerk. In de vrijwilligersverzekering zit burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en waarborg lichamelijk ongevallen. Meer informatie kan je vinden via de desbetreffende provincies: West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg.

Werken vrijwilligers op regelmatige basis, dan neem je best een aparte clausule op via de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid.

Objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing

Door de wet van 30 juli 1979 rond de preventie van brand en ontploffing, zijn publiek toegankelijke inrichtingen verplicht verzekerd tegen lichamelijke en stoffelijke schade ten gevolge van brand en ontploffing. Er bestaat een limitatieve lijst van inrichtingen die hieronder vallen. Een jeugdherberg is één van die inrichtingen. Jeugdverblijfcentra staan echter niet op het lijstje en dat zorgt voor veel onduidelijkheid en rechtsonzekerheid.

Of je jeugdverblijf wel of niet een verzekering objectieve aansprakelijkheid moet afsluiten, is afhankelijk van de burgemeester. Hij kan beslissen dat je centrum geen verzekering moet afsluiten, maar dat wil nog niet zeggen dat je in geval van brand of ontploffing niet verantwoordelijk kan worden gesteld. Door deze onduidelijkheid kan je veiligheidshalve wel beter een polis afsluiten. Bovendien zijn er groepen die expliciet naar een attest objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing vragen wanneer ze boeken.

Wanneer men de gebouwen niet alleen verhuurt als jeugdverblijf, maar ook ter beschikking stelt aan derden voor het inrichten van fuiven, als polyvalente ruimte of als sportzaal, is er expliciet een wettelijke verplichting om de verzekering af te sluiten. Het centrum voorziet dan best een dekking voor rekening van alle inrichters.

Brandverzekering

De brandverzekering is niet verplicht maar wel een absolute aanrader. De verzekering dekt de schade aan het gebouw en eventueel de inboedel als gevolg van brand. Ook schade veroorzaakt door storm en natuurrampen zijn verplicht opgenomen. Waterschade, glasbreuk, vandalisme, inbraak, kortsluiting, e.d. zijn facultatieve waarborgen.

Het gebouw kan je op drie manieren laten verzekeren:

  • Heropbouw of nieuwwaarde: wanneer je gebouw volledig vernield wordt, dan kan je een gelijkaardig gebouw neerzetten zonder dat je beperkt bent door de verzekerde waarde.
  • Werkelijke waarde: dit is de nieuwwaarde minus de slijtage aan het gebouw.
  • Eerste risico: hierbij bepaalt de verzekeringsnemer zelf het verzekerde bedrag.

De inboedel is in principe verzekerd tegen de werkelijke waarde of de nieuwwaarde, afhankelijk van de polis.

Als eigenaar of erfpachtnemer is het aangewezen zowel het gebouw als de inboedel te laten verzekeren.

Huur je een gebouw, dan moet je je als uitbater laten verzekeren op basis van wat bepaald is in de huurovereenkomst. Veelal is dit een verzekering voor de inboedel en huurderaansprakelijkheid.

Tot slot kunnen eigenaars of verhuurders er voor kiezen afstand van verhaal uit te oefenen. Dit wil zeggen dat huurders niet aansprakelijk kunnen worden gesteld wanneer ze schade veroorzaken waardoor ze geen brandverzekering huurderaansprakelijkheid moeten afsluiten. Als uitbater zal je door deze optie de schade sneller vergoed zien want er kan geen discussie zijn tussen verzekering verhuurder en verzekering huurder. Meestal leidt afstand van verhaal wel tot een bijpremie, in sommige gevallen wordt het gratis toegevoegd. Afstand van verhaal moet wel altijd in  het huurcontract en schriftelijk bevestigd worden door de verzekeraar van de eigenaar. Enkel wanneer een maximumbedrag in de regeling met afstand van verhaal wordt bepaald, kan de huurder bij een hoger bedrag nog aansprakelijk worden gesteld.

Autoverzekering
Heb je voor het jeugdverblijf een wagen aangekocht, dan ben je verplicht een autoverzekering af te sluiten. In deze verzekering kunnen eerste hulp en herstellingshulp inbegrepen zijn. Verder worden de inzittenden vergoed via de autoverzekering verbonden aan het voertuig. Facultatief is een verzekering rechtsbijstand of een omnium.
Verzekering alle risico's
Met deze verzekering kan je voorwerpen zoals tenten, geluidsinstallatie of computers al dan niet tijdelijk verzekeren tegen risico's als vandalisme en diefstal. Wanneer er echter geen sporen zijn van (in)braak, dan wordt er geen vergoeding uitgekeerd. Alvorens deze verzekering af te sluiten, is het aangeraden na te gaan of dit tegen meerprijs niet kan worden opgenomen in de brandverzekering.
Aansprakelijkheidsverzekering voor bestuurders
Je kan de Raad van Bestuur ook verzekeren tegen de financiële gevolgen in geval van nalatigheid, vergissingen of bestuursfouten. Deze verzekering is niet verplicht maar wordt sinds de strengere regels rond aansprakelijkheid van bestuurders meer en meer afgesloten.
Wie betaalt wat?

Of de verzekering van de uitbater dan wel die van de verblijvende groep moet worden aangesproken, is niet altijd duidelijk. Groepen beschikken vaak over enkele verzekeringen, maar welke deze zijn, is afhankelijk van het type groep.

De meeste verenigingen hebben een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid inclusief rechtsbijstand en een verzekering voor ongevallen waaronder ook voedselvergiftiging en insectenbeten opgenomen staat. De meeste jeugdwerkgroepen beschikken bovendien over een verzekering tegen brand, ook op verplaatsing. (Meer info verzekeringen: ksj-ksa-vksj, scouts en gidsen Vlaanderen, chiro, klj, fos)

De meeste scholen beschikken over een polis die de burgerlijke aansprakelijkheid dekt van de leerlingen en van het onderwijzend personeel (ook vrijwilligers).

Familiegroepen kunnen bij schade beroep doen op hun familiale verzekering (burgerlijke aansprakelijkheid), op voorwaarde dat deze verzekering werd afgesloten. In geval van brand op verplaatsing zijn familiegroepen, in tegenstelling tot de jeugdwerkgroepen, door hun brandverzekering echter niet verzekerd tenzij er een extra clausule werd toegevoegd. Als uitbater kan je de familiegroepen via je contract of huishoudelijk reglement

verplichten over bovenstaande verzekeringen te beschikken. Een andere optie is zelf afstand van verhaal aan je brandpolis toevoegen, waardoor alles wordt geregeld via je eigen brandverzekering.

Lees meer over verzekeringen in HuisWerk.

Keuringen

Aan welke eisen moet je voldoen om met een jeugdverblijfcentrum in regel te zijn? Het is een veelgestelde vraag. In eerste instantie bestaat er de 'nieuwe regelgeving op jeugdverblijfcentra' die op de site uitgebreid aan bod komt, maar dat is niet alles. Er zijn nog tal van wettelijke vereiste attesten en controles.

Om door het bos de bomen nog te zien kan je gratis via ondersteuning@cjt.be een logboek aanvragen waarin alle mogelijke attesten en controles opgelijst staan. Het logboek kan je daarna zelf aanvullen met data en attesten waardoor het een praktisch en onmisbaar werkinstrument wordt.

Lees meer over keuringen in HuisWerk

 

Adressen van keuringsinstanties vind je hieronder, uitgesplitst per thema.

Elektriciteit

Mazout/stookolie

Aardgas

Auteursrechten

Op 30 juni 1994 werd de auteurswet goedgekeurd. Deze wet bevat zowel het auteursrecht dat zowel tekstschrijvers als componisten beschermt als het naburig recht dat een zelfde soort bescherming voorziet voor uitvoerende kunstenaars en producenten.

Via de auteurswet kan elke artiest en/of uitvoerende kunstenaar het gebruik van zijn werk dus verbieden of toelaten en een prijs voor het gebruik van zijn werk bepalen. Om deze bijdrage te innen werden door de wet voorziene collectieve beheersvennootschappen opgericht.

Wanneer er muziek wordt gespeeld, dan moeten meestal twee bijdragen worden betaald: een bijdrage aan SABAM die bedoeld is voor de tekstschrijvers en componisten en de billijke vergoeding voor uitvoerende artiesten en producenten.

De auteurswet wordt meestal in verband gebracht met muziek, toch beschermt deze wet ook bijvoorbeeld schilders, schrijvers en fotografen.

Geldt het auteursrecht voor jeugdverblijven?
Wanneer muziek zomaar voor elke groep speelt, dan moet je als uitbater SABAM én billijke vergoeding betalen. Wanneer de muziek pas op aanvraag of tegen kostprijs wordt aangeboden, wijzigt de situatie. In principe kan je stellen dat het dan de taak van de groep zelf is om de diverse beheersvennootschappen op de hoogte te stellen en, indien nodig, een vergoeding te betalen. Wil je als uitbater op zeker spelen en geen
SABAM of billijke vergoeding betalen, dan bied je geen muziek aan en laat je de groepen dit zelf meebrengen.
Hoeveel kost SABAM?

SABAM maakt een onderscheid tussen wederkerende initiatieven en horeca enerzijds en eenmalige initiatieven anderzijds. Wederkerende initiatieven en horeca vallen onder de contractuele inningen, eenmalige initiatieven onder de gelegenheidsinningen.

Leden van de Horecafederatie krijgen wel 10% korting op de SABAM-factuur en dit tot maximum 40,68 euro.

Hoeveel kost de billijke vergoeding?

De bijdrage hangt af van wie betaalt en de oppervlakte waar de muziek aangeboden wordt. Voor tijdelijke activiteiten gelden ook hier andere tarieven. De diverse prijzen kan je op de website van de billijke vergoeding raadplegen.

Geldt het auteursrecht voor de werkplaats?

In principe kan muziek in de werkplaats gespeeld worden zonder hiervoor SABAM en/of billijke vergoeding te betalen, maar enkel op voorwaarde dat er een beperkte en vaste personeelsploeg werkt.

Lees meer over auteursrechten in HuisWerk.