Je bekijkt onze site het best met Internet Explorer 7
Ruimtelijke ordening en vergunningen
Eigendomsovereenkomsten
Bouwen en verbouwen
CJT heeft een uitgebreide brochure 'Bouwen aan een jeugdverblijf' waarin tal van aspecten rond bouwen en verbouwen worden beschreven. Het is een stevig herwerkte versie van de oude brochure 'Bouwen aan een bivakhuis' waarin niet alleen de voorwaarden van het decreet 'toerisme voor allen' zijn opgenomen, maar ook enkele nieuwe hoofdstukken zijn toegevoegd. Je kan gratis een papieren versie aanvragen van deze uitgebreide brochure.
Door Locomotief, een samenwerkingsverband van o.m. Steunpunt Jeugd en een aantal jeugdwerkorganisaties, is er een heel interessante website uitgewerkt. De informatie is op maat geschreven van jeugdlokalen waar gebouwd of verbouwd wordt, maar zowat alle informatie is ook van toepassing op jeugdverblijfcentra.
Specifiek rond vochtproblemen, verscheen er ook een artikel in HuisWerk.
Koken kost geld, bouwen nog veel meer
Gelukkig speelt de Vlaamse overheid daar op in met het decreet toerisme voor allen, waar je tot 40% van de bouwkosten kan laten subsidiëren. Huizen gelegen in West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, kunnen daarbovenop ook provinciale infrastructuursubsidies aanvragen.
Daarnaast worden er nog tal van premies uitgereikt door de federale staat, de Vlaamse gemeenschap, de provincie en/of de gemeente. Voor een aantal van die premies kan ook jouw kamphuis in aanmerking komen. De Vlaamse gemeenschap heeft een zeer handige website uitgewerkt waar je na het intikken van je gemeente een overzicht krijgt van alle mogelijke premies.
Inhoudingsplicht voor sociale en fiscale schulden van aannemers

Sinds 1 januari 2008 geldt een inhoudingsplicht voor "sociale schulden". Dit houdt in dat je als opdrachtgever zelf hoofdelijk aansprakelijk wordt als de aannemer schulden heeft bij de RSZ. Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat je bij de betaling van elke factuur 35 % van de factuur (excl. btw) afhoudt en rechtsteeks doorstort aan de RSZ.

Deze verplichting geldt niet voor natuurlijke personen die werken laten uitvoeren voor private doeleinden. Vzw's vallen hier dus zeker onder, maar voor particuliere uitbaters is er onduidelijkheid. In hoeverre is het uitbaten van een jeugdverblijf een private aangelegenheid? Voor de zekerheid raden we toch iedereen aan om na te gaan of de aannemer sociale schulden heeft. Sowieso kan het geen kwaad om de financiële toestand van de aannemer na te kijken alvorens je hem een opdracht toevertrouwt.

Sinds 1 januari 2009 geldt een soortgelijke reglementering voor "fiscale schulden". In dat geval moet je 15 % van de factuur (excl. btw) afhouden.

Gegevens over aannemers kan je opvragen via de portaalwebsite van de Sociale Zekerheid (doorklikken in de rechterkolom).

Brandveiligheid
Energie
Toegankelijkheid
Afval en afvalwater
Legionella
Sanitair
Keuken
Daglokalen
Slaaplokalen
Meubilair
Verlichting
HuisWerk 25 Groepen informeren
HuisWerk 26 Maaltijden bereiden
huiswerkmagazine
Nieuws
25/01/2012

Op onze jaarlijkse Trefdagen zullen we het dit jaar hebben over verzekeringen. We werken het ...

18/01/2012

Vanaf december 2013 zal ons drinkwater minder lood moeten bevatten. De norm wordt verlaagd van 25 ...

18/01/2012

Sinds 1 januari 2012 gelden vereenvoudigde regels voor studentenarbeid. Tot vorig jaar was er ...

19/10/2011

Onder de titel 'jeugdtoerisme in je gemeente' organiseert CJT Ondersteuning twee ...

17/06/2011

Jeugdverblijven konden intekenen op de samenaankoop voor brandveiligheidsmateriaal, ...

Ruimtelijke ordening en vergunningen

Het decreet op de ruimtelijke ordening omschrijft dat ruimtelijke ordening voortaan bepaald wordt door ruimtelijke structuurplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen (resp. op Vlaams, provinciaal en gemeentelijk niveau). Kort gezegd bevat een structuurplan een wensbeeld en vormt het het kader voor nieuwe projecten en ontwikkelingen; een uitvoeringsplan legt bestemmingen vast van stukken grondgebied en moet passen binnen het structuurplan. Op termijn zullen de structuurplannen en de uitvoeringsplannen in de plaats komen van de gewestplannen en bijzondere plannen van aanleg (BPA) en moeten gemeenten zelfstandig stedenbouwkundige vergunningen kunnen uitreiken.

Lees meer over ruimtelijke ordening in HuisWerk. Nog meer informatie vind je op de website van de Afdeling Ruimtelijke Ordening.

Jeugdverblijfcentra zijn goed gezoneerd als ze gelegen zijn in woongebieden of gebieden voor recreatie of verblijfsrecreatie. Een RUP kan echter ook extra voorwaarden of beperkingen opleggen, waardoor jeugdverblijfcentra in andere zones zone-eigen kunnen worden of jeugdverblijfcentra in woongebied of (verblijfs)recreatie zonevreemd. Informatie rond de diverse zones kan je vinden op de site van de Afdeling Ruimtelijke Ordening.  

Zonevreemdheid is hoe dan ook een probleem voor heel wat jeugdverblijfcentra. Vandaar dat CJT deze problematiek van nabij opvolgt. We pleiten er mee voor een beleid dat de zonevreemdheid van jeugdverblijfcentra zo veel mogelijk tracht op te lossen. De resolutie van 24 mei 2006, het functiewijzigingsbesluit van 29 juni 2007 en de rondetafel van 2 juli 2007 hebben een aantal zaken in gang gezet. Naar aanleiding van de rondetafel werd een Task Force opgericht met ambtenaren van toerisme, jeugd, ruimtelijke ordening, natuur en bos en landbouw, samen met CJT, VVJ, Steunpunt Jeugd, een vertegenwoordiger van de provincies en een vertegenwoordiger van de gemeenten.

De meest concrete verwezenlijking tot nu toe is het functiewijzigingsbesluit voor jeugdlogies in agrarisch gebied. Dit legt een aantal voorwaarden vast waaronder jeugdverblijven toch stedenbouwkundige vergunningen kunnen krijgen in agrarisch gebied. Het moet bijvoorbeeld gaan over een bestaand gebouw dat nu gebruikt wordt als jeugdverblijfcentrum en een uitbreiding van het volume is niet mogelijk.

Op de rondetafel werd ook beslist om van alle jeugdverblijven in Vlaanderen een inventaris op te maken. De bedoeling van deze inventaris is om een volledig overzicht te krijgen van de problematiek: welke jeugdverblijfcentra liggen zonevreemd, welke vergunningen zijn uitgereikt, zijn er bepalingen opgenomen in gemeentelijke of provinciale plannen enz.? Dankzij dit overzicht zal er op Vlaams niveau kunnen bekeken worden of bepaalde problemen collectief kunnen aangepakt worden. In de loop van 2008 voerde het studiebureau Adoplan daarom, in opdracht van Toerisme Vlaanderen, bij elk jeugdverblijf een plaatsbezoek uit. Dat in het uiteindelijke proces om tot oplossingen te komen, ook de goodwill van de gemeenten nodig zal zijn, is vanzelfsprekend, maar niet altijd evident. Het sensibiliseren van deze lokale overheden is daarom van groot belang. Dit gebeurde in 2011 o.m. met de brochure "Kom uit je tent!".

Naast zonevreemdheid is het ontbreken van stedenbouwkundige vergunningen een tweede groot probleem. Een stedenbouwkundige vergunning omvat niet alleen een plan van het gebouw, het beschrijft ook de functie van het gebouw. Beide zaken moeten in overeenstemming zijn met de realiteit, anders is er een bouwovertreding en wordt het gebouw dus illegaal.

Sinds juli 2008 kan je bij de vlaamse administratie ruimtelijke ordening ook een brochure opvragen met daarin alle uitleg over de stedenbouwkundige regelgeving toegepast op jeugdverblijven. De brochure bevat echter niet de meest recente aanpassingen in de wetgeving, daarvoor verwijzen we naar een artikel dat verscheen in HuisWerk 23. Extra informatie kan je ook terugvinden op de website bouwen en wonen.

Eigendomsovereenkomsten
Een perceel grond en een gebouw, dit heb je nodig om met een jeugdverblijf van start te gaan. Maar bijna niemand krijgt dit zomaar in de schoot geworpen. Daarom wordt er vaak een overeenkomst gesloten tussen eigenaar en uitbater.
Welke overeenkomst best wordt afgesloten, hangt af van de plaatselijke situatie. Het burgerlijk wetboek vermeldt de verschillende soorten overeenkomsten, elk met hun typische kenmerken. De duur van de overeenkomst en de manier van vergoeden zijn daar twee voorbeelden van. Dat het soort overeenkomst een grote invloed heeft op de verdere werking van het jeugdverblijf is vanzelfsprekend. Daarom zetten we de verschillende overeeenkomsten op een rijtje.
Koopovereenkomst

Kopen is de veiligste, maar ook duurste manier om je project leven in te blazen. Je moet immers op een heel korte termijn heel wat geld op tafel leggen (of lenen). Voordeel is natuurlijk wel dat het pand of de grond je eigendom wordt. Bij kopen komen wel nog heel wat extra kosten kijken. Denk maar aan de registratierechten. Onroerende voorheffing zou ook een extra kost kunnen zijn, maar gelukkig kunnen jeugdverblijfcentra hiervoor een vrijstelling aanvragen.

Huurovereenkomst
Een huurovereenkomst is een andere optie. Alle afspraken tussen huurder en verhuurder staan vermeld in het huurcontract. Let wel: de huurwet geldt in principe enkel wanneer het een hoofdverblijfplaats betreft. Normaal geldt voor volpensionhuizen de wet op de handelshuur, maar praktijkvoorbeelden kennen we hier niet. Een andere overeenkomst is het 'gemeen huurrecht'. Dat is een aanvullend recht wat wil zeggen dat je grotendeels zelf de inhoud moet bepalen. Het grootste nadeel van huren is de onzekerheid over de toekomst, het voordeel is dat je het pand gemakkelijk kan in- en uittrekken.
Een convenant
Als het een overheidsgebouw is, kan een convenant worden afgesloten. Een convenant is een soort 'ruiloperatie' waarbij er wederzijdse engagementen worden opgenomen. Zo kan het overheidsgebouw bijvoorbeeld (gratis) gebruikt worden voor het realiseren van een overheidsdoelstelling namelijk het jeugdwerk ondersteunen.
Een gebruiksovereenkomst
Een gebruiksovereenkomst kan vergeleken worden met een huishoudelijk reglement. Tussen de eigenaar en de uitbater worden schriftelijke afspraken gemaakt. Daarin kan het getolereerde gedrag, de verboden acties en de staat van het gebouw worden opgenomen. Een gebruiksovereenkomst is gratis maar biedt geen enkele juridische bescherming.
Recht van erfpacht
Als uitbater heb je, voor een periode van minimum 27 en maximum 99 jaar, het volle genot van grond en eventueel gebouw als je een recht van erfpacht afsluit. Het volle genot houdt bijvoorbeeld de mogelijkheid tot bestemmingswijziging in, maar ook het bebouwen van de grond of het onderverhuren. Daar staat wel een jaarlijkse vergoeding tegenover maar organisaties met sociale doelstellingen kunnen hiervan worden vrijgesteld.
Recht van opstal
Met een recht van opstal wordt de uitbater, ook opstalhouder genoemd, eigenaar van de gebouwen maar blijft de grond eigendom van de oorspronkelijke eigenaar en dit voor maximum 50 jaar. Aan dit recht is geen vergoeding verbonden als het expliciet in de overeenkomst staat vermeld. Recht van opstal is, zoals het 'gemeen huurrecht', een aanvullend recht waardoor je grotendeels zelf de inhoud moet bepalen.
Recht van vruchtgebruik
Het recht van vruchtgebruik wil zeggen dat je naast het gebruik van de (on)roerende goederen ook de 'vruchten' ervan mag opstrijken. De opbrengsten van de verhuur zijn m.a.w. voor rekening van de uitbater. Het vruchtgebruik kan van tijdelijke of onbepaalde duur zijn.
Lees meer over overeenkomsten in HuisWerk. Meer informatie vind je ook bij Locomotief of de notaris.
Bouwen en verbouwen
CJT heeft een uitgebreide brochure 'Bouwen aan een jeugdverblijf' waarin tal van aspecten rond bouwen en verbouwen worden beschreven. Het is een stevig herwerkte versie van de oude brochure 'Bouwen aan een bivakhuis' waarin niet alleen de voorwaarden van het decreet 'toerisme voor allen' zijn opgenomen, maar ook enkele nieuwe hoofdstukken zijn toegevoegd. Je kan gratis een papieren versie aanvragen van deze uitgebreide brochure.
Door Locomotief, een samenwerkingsverband van o.m. Steunpunt Jeugd en een aantal jeugdwerkorganisaties, is er een heel interessante website uitgewerkt. De informatie is op maat geschreven van jeugdlokalen waar gebouwd of verbouwd wordt, maar zowat alle informatie is ook van toepassing op jeugdverblijfcentra.
Specifiek rond vochtproblemen, verscheen er ook een artikel in HuisWerk.
Koken kost geld, bouwen nog veel meer
Gelukkig speelt de Vlaamse overheid daar op in met het decreet toerisme voor allen, waar je tot 40% van de bouwkosten kan laten subsidiëren. Huizen gelegen in West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, kunnen daarbovenop ook provinciale infrastructuursubsidies aanvragen.
Daarnaast worden er nog tal van premies uitgereikt door de federale staat, de Vlaamse gemeenschap, de provincie en/of de gemeente. Voor een aantal van die premies kan ook jouw kamphuis in aanmerking komen. De Vlaamse gemeenschap heeft een zeer handige website uitgewerkt waar je na het intikken van je gemeente een overzicht krijgt van alle mogelijke premies.
Inhoudingsplicht voor sociale en fiscale schulden van aannemers

Sinds 1 januari 2008 geldt een inhoudingsplicht voor "sociale schulden". Dit houdt in dat je als opdrachtgever zelf hoofdelijk aansprakelijk wordt als de aannemer schulden heeft bij de RSZ. Eenvoudig gezegd komt het er op neer dat je bij de betaling van elke factuur 35 % van de factuur (excl. btw) afhoudt en rechtsteeks doorstort aan de RSZ.

Deze verplichting geldt niet voor natuurlijke personen die werken laten uitvoeren voor private doeleinden. Vzw's vallen hier dus zeker onder, maar voor particuliere uitbaters is er onduidelijkheid. In hoeverre is het uitbaten van een jeugdverblijf een private aangelegenheid? Voor de zekerheid raden we toch iedereen aan om na te gaan of de aannemer sociale schulden heeft. Sowieso kan het geen kwaad om de financiële toestand van de aannemer na te kijken alvorens je hem een opdracht toevertrouwt.

Sinds 1 januari 2009 geldt een soortgelijke reglementering voor "fiscale schulden". In dat geval moet je 15 % van de factuur (excl. btw) afhouden.

Gegevens over aannemers kan je opvragen via de portaalwebsite van de Sociale Zekerheid (doorklikken in de rechterkolom).

Brandveiligheid
Alle erkende jeugdverblijfcentra moeten beschikken over een brandveiligheidsattest. De normen waaraan moet voldaan worden, staan opgenomen in bijlage 1 van de uitvoeringsbesluiten van het decreet.
Hoe verloopt de aanvraag voor een brandveiligheidsattest?
  • De uitbater van een jeugdverblijf vraagt aan de burgemeester van de gemeente waar zijn jeugdverblijf gelegen is, het brandveiligheidsattest aan.
  • De burgemeester geeft opdracht aan de brandweer om een inspectiebezoek te verrichten in het jeugdverblijf.
  • De brandweer geeft advies aan de burgemeester in verband met de brandveiligheid van het jeugdverblijf, rekening houdende met alle wetten en decreten die slaan op dat jeugdverblijf (niet louter en alleen het decreet Toerisme voor allen).
  • Het advies van de brandweer wordt pas bindend als de burgemeester dat advies onderschrijft. De burgemeester volgt meestal het advies van de brandweer en levert een brandveiligheidsattest of een weigering van attest aan de uitbater.
  • Het brandveiligheidsattest is het enige document dat aantoont dat het jeugdverblijf voldoet aan de geldende brandveiligheidsvoorschriften.
Kunnen afwijkingen aangevraagd worden?
In bepaalde omstandigheden kan de minister van toerisme voor jouw kamphuis een afwijking toestaan op de normen in het decreet Toerisme voor allen. Hiervoor moet een goed gemotiveerde aanvraag worden ingediend die bekeken wordt op de Technische Commissie Brandveiligheid. Ook CJT maakt deel uit van deze commissie. Heb je een dergelijk probleem, dan neem je best contact op met ons.
Wanneer vervalt het brandveiligheidsattest?
Vijf jaar na de toekenning vervalt het brandveiligheidsattest. Je moet daarom ten minste drie maanden voor de vervaldatum een aanvraag voor een nieuw attest indienen. Dat is de theorie, in de praktijk stellen we vast dat het hele proces tot een jaar kan duren (keuringen, bezoek brandweer, eventuele aanpassingen uitvoeren, handtekenening burgemeester ...), dus tijdig beginnen is de boodschap!
Welke wetgeving is nog van toepassing op vlak van brandveiligheid?

De wet betreffende de preventie van brand en ontploffing verplicht de aansprakelijkheidsverzekering 'objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing' voor elk publiek toegankelijk gebouw. De definitie van publiek toegankelijk gebouw vermeld niet expliciet de jeugdverblijven, toch is de verzekering een absolute aanrader.

Afhankelijk van jeugdverblijf tot jeugdverblijf kan nog andere wetgeving op vlak van brandveiligheid van toepassing zijn. Zo is de bouwproductrichtlijn op europees niveau de voornaamste richtlijn en werden op federaal niveau voor nieuwe gebouwen basisnormen uitgevaardigd. Ook de lokale overheid is vrij bijkomende en/of strengere brandveiligheidsnormen in te voeren. Hiervoor kunnen ze beroep doen op eigen expertise of te rade gaan bij de provinciale overheid.

Wie personeel in dienst heeft, moet voldoen aan de voorwaarden opgenomen in artikel 52 van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming.

Aan welke voorwaarden moeten pictogrammen, vluchtwegen en evacuatieplannen voldoen?
Omwille van de herkenbaarheid moeten pictogrammen aan vastgestelde normen voldoen. De vluchtroute is voorzien van pictogrammen en veiligheidsverlichting die voldoet aan normen qua installatie en plaatsing (EN1838). Wanneer gebruik gemaakt wordt van een buitenladder, buitentrap of glijbaan kunnen voorwaarden opgelegd worden door de lokale overheid. Voor evacuatieplannen bestaan geen normen.
Wie mag brandwerende deuren plaatsen?
Vandaag is het voldoende dat de brandwerende deur geplaatst wordt volgens de plaatsingsvoorschriften van de fabrikant. Je kan de brandwerende deur dus zelf plaatsen of een beroep doen op eender welke schrijnwerker, tenzij de plaatselijke brandweer een gecertificeerde plaatser eist.
Hoe wordt rook gedetecteerd?
Er bestaan handmelders en verschillende soorten detectoren: rookdetectoren, thermovelocimetrische detectoren en optische detectoren. De detectoren kunnen zowel autonoom werken als ingeschakeld worden in een automatische branddetectiecentrale. Een handmelder werkt enkel op een detectiecentrale.
Wat kiezen: autonome branddetectoren of automatische branddetectiecentrale?
Voor het decreet Toerisme voor allen volstaat voor lage gebouwen (minder dan 10 meter) de plaatsing van autonome branddetectoren. Omdat autonome branddetectoren werken op batterijen, worden ze door de lokale brandweer niet altijd aanvaard. Zij verkiezen dan een automatische branddetectiecentrale op netstroom.
Welke blusmiddelen zijn er nodig in een jeugdverblijf?

De keuze van blusmiddelen hangt samen met de brandklassen.

  • Klasse A: brandbare vaste stoffen (papier, hout, dekens, televisietoestellen, ...)
    * blusmiddelen: water, ABC-poederblusser
  • Klasse B: brandbare vloeistoffen (frituurvet, olie, benzine,...)
    * blusmiddelen: ABC-poederblusapparaten, CO2-blusapparaten, branddeken, schuimblussers (minder geschikt voor frituurbranden)
  • Klasse C: brandbare gassen (aardgas, propaan, butaan,...)
    * blusmiddelen: ABC-poederblusapparaten of CO2-blusapparaten

Lees meer over brandveiligheid in HuisWerk.

Samenaankoop brandveiligheidsmateriaal

Steunpunt Jeugd organiseert voor de Vlaamse jeugdlokalen een samenaankoop van allerhande brandveiligheidsmateriaal (blustoestellen, pictogrammen, branddekens, rookdetectoren, CO-melders en noodverlichting). Ook jeugdverblijfcentra kunnen aansluiten bij de samenaankoop.

Steunpunt Jeugd verkende de markt, liet het aanbod screenen door technische experts, zorgde voor juridisch sluitende contracten en koos de beste firma op vlak van prijs/kwaliteit.

Tot 30 september kunnen de concrete bestellingen doorgegeven worden. 

Meer info op de website over jeugdlokalen.

Energie
Energie besparen is 'in', niet alleen omwille van het groeiend milieubesef, maar zeker ook omwille van de stijgende kosten.

Enkele websites spelen hier handig op in.

  • Bouwwijzer is een website waar je het duurzaam bouwen aan de hand van een checklist kan analyseren.
  • De Afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie van de Vlaamse Gemeenschap heeft een boeiende website met een pak tips om energie te besparen en een aantal subsidiekanalen, opgesplitst per gemeente.
  • We vermelden ook graag het project van Dialoog, waar groepslogies een audit kunnen laten doen om na te denken over duurzaam renoveren en spaarzaam energieverbruik. Klik door op 'bouwen' en nadien op 'bouw- en energieadvies'.
  • Er bestaan ook tal van milieusubsidies.
Lees ook meer over duurzame uitbating in HuisWerk.
Toegankelijkheid
Toegankelijkheid van een gebouw heeft te maken met aanpassingen voor verschillende doelgroepen: niet alleen rolstoelgebruikers, maar ook slechtzienden, slechthorenden, kinderen met een verstandelijke handicap of kinderen met astma of allergie.
Bij verbouwingen en zeker bij nieuwbouw loont het de moeite om na te denken over toegankelijkheid. Een verhoogde toegankelijkheid zorgt er in ieder geval voor dat een aantal nieuwe doelgroepen kunnen worden aangesproken.
Toegankelijkheidsdoorlichting
Voor elke erkenning wordt sinds het najaar 2008 door Toerisme Vlaanderen geëist dat een toegankelijkheidsdoorlichting plaatsvindt door een erkend toegankelijkheidsbureau (de lijst kan je hier aanvragen). Deze doorlichting is gratis. Momenteel zijn nog niet alle erkende jeugdverblijven doorgelicht en is een inhaalbeweging bezig. Deze informatie wordt ook gebruikt om toegankelijkheidslabels uit te reiken (de info is weliswaar beperkt tot toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers).
Een overzicht van de Vlaamse jeugdverblijven met een toegankelijkheidslabel vind je hier.
Toegankelijkheidsadvies
Daarnaast wordt bij een aanvraag van infrastructuursubsidies geëist dat een toegankelijkheidsadvies wordt geformuleerd, eveneens door een erkend toegankelijkheidsbureau. Dit advies heeft tot doel de tekortkomingen en mogelijkheden omtrent toegankelijkheid duidelijk weer te geven. Het probeert ook rekening te houden met de toestand van de infrastructuur en de financiële haalbaarheid van mogelijke aanpassingswerken. Slechts uitzonderlijk moet dit advies niet gevraagd worden: bij werken van beperkte aard, instandhoudingswerken, werken aan technische installaties of werken aan niet-publieksgerichte ruimtes. Het advies is helaas niet goedkoop, maar kan wel voor 40% gesubsidieerd worden via de infrastructuursubsidies van Toerisme Vlaanderen, zelfs als de eigenlijke aanvraag negatief wordt beoordeeld.
De toegankelijkheidsnormen

Toerisme Vlaanderen heeft een aantal toegankelijkheidsnormen uitgewerkt om de toegankelijkheid van gebouwen te verhogen.  De richtlijnen zijn niet steeds op maat van jeugdverblijfcentra, maar kunnen wel gezien worden als een soort hulpmiddel. Ook rond het onthaal van mensen met een handicap werd een handleiding ontwikkeld.

Toegankelijkheid van gebouwen is ook terug te vinden in algemene wetgeving. De Vlaamse regelgeving voor publieke ruimten is vanaf 1 maart 2010 van toepassing en vervangt de oude wetgeving over de toegankelijkheid van publieke gebouwen van 1975. Sinds 31 maart 2011 is de wetgeving echter versoepeld, waardoor heel wat jeugdverblijven niet meer onder dit reglement vallen. De verordening geldt voortaan nl. niet voor jeugdverblijven met minder dan 10 slaapzalen én een eetzaal van maximaal 150 m². De nieuwe toegankelijkheidsregels worden opgenomen in de procedure tot het bekomen van de bouwvergunning.

Lees meer over toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in HuisWerk.
Lees meer over toegankelijkheid voor andere doelgroepen in HuisWerk.

Afval en afvalwater
Afval

Volgens de OVAM -richtlijn mogen gemeenten de grens van 150kg afval per inwoner niet overschrijden. Hierdoor proberen gemeenten het afval van de gezinnen, woonachtig in de gemeente, zoveel mogelijk te scheiden van het overige afval. Dit heeft als gevolg dat jeugdverblijven worden beschouwd als een horeca-activiteit en dus gecatalogeerd worden onder het bedrijfsafval. Bovendien geldt nog een sorteerplicht voor zowel het huishoudelijk als het bedrijfsafval. Zomaar afval dumpen in een container is niet meer toegelaten.

Hoe je als uitbater de afvalverwerking best aanpakt, verneem je via de gemeentelijke milieuambtenaar of via het gemeentelijk afvalreglement. Omdat afval een gemeentelijke bevoegdheid is, kan dit van gemeente tot gemeente sterk verschillen. Sommige gemeenten staan zelf in voor het ophalen van het afval, anderen hebben een samenwerkingsverband met een intercommunale en nog anderen verplichten je samen te werken met een privé-firma.

Belangrijk is dat de verblijvende groep goed geïnformeerd wordt over de regelgeving want wat thuis kan, kan plots in een andere gemeente niet meer. En dit kan voor verwarring zorgen.

In de brochure 'Het nieuwe Vlarea voor KMO's en Zelfstandigen', uitgegeven door de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, kan je bijkomende informatie vinden. De brochure is echter niet volledig op maat van jeugdverblijven.

Lees meer over afval in HuisWerk

Afvalwater

Volgens een Europese milieurichtlijn, de kaderrichtlijn water, moet elke lidstaat een goede kwaliteit van oppervlakte- en grondwater bereikt hebben tegen eind 2015.
Om dit te verwezenlijken, werd de kaderrichtlijn water in Vlaanderen omgezet in het decreet 'integraal waterbeleid' (18 juli 2003). Daarin staan heel wat maatregelen om verontreiniging te voorkomen of te verminderen.

Niet onbelangrijk dus, want ook wie nu reeds aangesloten is op de riolering, kan in de toekomst, bij aanleg van een gescheiden riolering, verplicht worden om het hemelwater te scheiden. Jeugdverblijven die geen riolering in de onmiddellijke omgeving hebben en waar de aanleg van een riolering ook niet gepland is, zullen zelf moeten instaan voor het zuiveren van het afvalwater. Soms echter neemt de gemeente of rioolbeheerder deze verplichting over.
Lees meer over de regelgeving, mogelijke problemen en oplossingen en het financiële aspect in HuisWerk.

Wetgeving:

Legionella

Op 9 februari 2007 heeft de Vlaamse Regering het nieuwe legionellabesluit goedgekeurd. Dit nieuwe besluit vervangt het besluit van 11 juni 2004. De bedoeling van de wetgeving is de preventie van de veteranenziekte. Dit is een potentieel ernstige longontsteking die kan optreden door het inademen van kleine in de lucht zwevende waternevel besmet met legionellabacteriën.

Het nieuwe besluit werd op 4 mei 2007 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en werd onmiddellijk van kracht.

Legionellabacteriën zijn kiemen die zich ontwikkelen in een waterige omgeving.
De groeicapaciteit van de bacteriën is temperatuursafhankelijk. Indien de watertemperatuur onder de 25°C blijft, overleven de kiemen, maar zal hun aantal weinig toenemen. De kiemen groeien goed bij een temperatuur tussen 25°C en 50°C, met een optimale groei rond 40°C.
Het is dus belangrijk om dit temperatuurbereik in waterige systemen te vermijden.
Bij temperaturen boven de 50°C zal de bacterie afsterven. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller ze afsterven.

Om de groei van de bacterie in watersystemen te beperken, worden een heel aantal eisen bepaald in het legionellabesluit.

Welke inrichtingen vallen onder de nieuwe legionellawetgeving?

Hoogrisico-inrichtingen zijn alle voor het publiek toegankelijke inrichtingen die gericht zijn op de behandeling, verzorging of huisvesting van gevoelige personen. Gevoelige personen zijn personen met ernstige immuunsuppressie, kanker, ernstig nierlijden, aids, diabetes of chronisch longlijden. Ook personen boven 65 jaar en rokers worden onder de gevoelige personen gerekend. Praktisch betekent dit dat alle ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, rustoorden, serviceflats... onder deze wetgeving vallen.

Matigrisico-inrichtingen zijn alle voor het publiek toegankelijke inrichtingen met een collectieve warmwatervoorziening. De warmwatervoorziening moet potentieel betrekking hebben op 15 of meer personen per dag, met uitzondering van de werknemers die aanwezig zijn. Voor jeugdverblijfcentra met maximaal 14 personen overnachtingscapaciteit is het besluit dus niet van toepassing.

Het is een zeer ruime groep van inrichtingen waaronder volgende inrichtingen kunnen vallen:

  • sporthallen (ook in scholen)
  • hotels
  • jeugdverblijfcentra
  • zwembaden
  • gevangenissen
  • studentenhomes
  • inrichtingen voor de opvang of verzorging van gehandicapten
  • ... 
Welke maatregelen moeten genomen worden?

Voor centra met een capaciteit tussen 15 en 40 personen wordt de wetgeving enigszins versoepeld. De boilers moeten op 60 °C worden gehouden en jaarlijks moet de watervoorziening worden onderhouden.

Nieuw is ook dat voor de matigrisico-inrichtingen een conformiteitsattest voor doe-het-zelvers bekomen kan worden bij de drinkwatermaatschappijen. In die gevallen moet dus niet noodzakelijk een erkend installateur aangesproken worden.

Bestaande installaties in grotere jeugdverblijfcentra (meer dan 40 personen) moeten niet noodzakelijk meer worden aangepast. Exploitanten van dergelijke inrichtingen zijn dus ook niet meer verplicht de 'structuur' van hun installatie voor een bepaalde datum aan te passen. Zij kunnen er voor kiezen om een aanvaardbaar (of eventueel hetzelfde) niveau van veiligheid te bereiken door een intensiever veiligheidsbeheer.

De noodzakelijke structurele en functionele preventiemaatregelen voor nieuwe installaties werden opgenomen in een 'best beschikbare technieken' studie (BBT). Deze (technische!) tekst kwam tot stand onder impuls van de Vlaamse overheid, in samenwerking tussen experten, sectoren en de overheid.

De Vlaamse overheid stelt een aantal fiches ter beschikking die de exploitanten moeten helpen bij het detecteren en saneren van potentiële probleempunten.

Een beheersplan en een risicoanalyse blijven wel verplicht voor alle inrichtingen en alle aerosolproducerende installaties (vanaf 41 personen). De te nemen maatregelen zijn afhankelijk van de individuele installatie en moeten beschreven worden in een op te maken risicoanalyse en beheersplan. Beheersplannen die opgesteld zijn ter uitvoering van het legionellabesluit van 2004 blijven geldig. Bij herziening van een beheersplan moet het beheersplan worden aangepast aan de bepalingen van het nieuwe besluit van 2007.

Voor de sanitaire installaties, de koeltorens en de klimaatregelingssystemen bestaat er een staalnameverplichting die verbonden is aan drempelwaarden en acties.

De meldingsplicht voor legionellagevoelige installaties wordt enkel opgelegd voor de uitbaters van koeltorens. Voor de andere inrichtingen wordt deze eis opgeheven. De melding dient voortaan te gebeuren aan de afdeling Toezicht Volksgezondheid en niet bij de gemeentelijke diensten.

Het toezicht op de naleving van het legionellabesluit wordt vanaf heden uitgevoerd door de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.

Sanitair

Het decreet 'Toerisme voor Allen' omschrijft de erkenningscriteria waaraan een jeugdverblijf moet voldoen. Enkele van die criteria hebben betrekking op het sanitair.

  • Per 15 personen moet minstens één toilet zijn. De toiletten zijn hygiënisch, overdekt en duidelijk van elkaar gescheiden. Ze beschikken over stromend water en kunnen gemakkelijk verlicht en verlucht worden.
  • Er is één aparte wasruimte, voorzien van minstens 1 kraantje met stromend water per 15 personen.
  • Voor jeugdverblijven type B zijn twee gescheiden douches verplicht. Een uitzondering geldt voor jeugdverblijven met een capaciteit tot 20 personen. Daar is één douche voldoende. Jeugdverblijven type C beschikken bovendien minstens over één douche per 20 personen.
Wie zijn sanitair wil vernieuwen of verbeteren en hiervoor infrastructuursubsidies aanvraagt via het decreet 'toerisme voor allen', krijgt sinds 1 januari 2008 bijkomende voorwaarden opgelegd rond toegankelijkheid. Meer informatie vind je op onze pagina toegankelijkheid.
Andere wettelijke bepalingen

Naast het decreet 'Toerisme voor allen' zijn er nog een aantal wettelijke bepalingen die van toepassing kunnen zijn op het sanitair.

  • In 2007 werd door de Vlaamse regering een aangepast legionellabesluit goedgekeurd. Het legionellabesluit is bedoeld ter preventie van de veteranenziekte en is van toepassing op jeugdverblijven van minstens 15 personen. Meer info vind je onder legionella.
  • Omdat er bij de watervoorziening in het sanitair zowel gebruik kan gemaakt worden van leidingwater als regenwater, moet elke nieuwe en vernieuwde binneninstallatie gekeurd worden. Door deze waterkeuring wordt vermeden dat regenwater terugvloeit in de distributieleiding. Als uitbater moet je zo'n waterkeuring zelf aanvragen bij een drinkwatermaatschappij of een erkende keuringsinstantie.

Een overzicht van instanties kan je terugvinden via het waterloket. Meer informatie vind je bij de koepelorganisatie van de Vlaamse waterbedrijven.

  • Bij de milieudienst of bij de technische dienst van de gemeente kan je terecht voor informatie rond de zuivering van afvalwater. Hoe dit precies moet gebeuren hangt af van het feit of er riolering is en of er in de toekomst al dan niet een aansluiting op een collectief waterzuiveringssysteem staat gepland.
De verwachtingen van groepen

Uit een kleine rondvraag bij jeugdgroepen blijkt dat netheid van het sanitair een belangrijke invloed heeft op de keuze voor een bepaald jeugdverblijf. Oud, smerig en onvoldoende sanitiar doet groepen afhaken.  Wil je als uitbater extra comfort aanbieden, dan is het voorzien van extra sanitair zeker aan te raden.

Lees meer over sanitair in HuisWerk

Keuken
Voor zowel zelfkook als volpension moet er telkens een kookruimte zijn. Een ruimte die er iedere keer anders kan uitzien, maar waarbij je bij de inrichting best enkele algemene regels hanteert om het koken op een vlotte en hygiënische manier te laten verlopen.
Enkel volpension

HACCP-richtlijnen gelden enkel voor huizen die volpension aanbieden (of de volpensionmaaltijd bereid wordt door personeel dan wel door vrijwilligers, doet niet terzake). Zij dienen de gids voor de gemeenschapskeuken te volgen.

Deze huizen moeten een toelating aanvragen bij het Voedselagentschap (FAVV) en deze zichtbaar ophangen voor de klanten. Zij zullen jaarlijks een factuur krijgen die de werking van het FAVV mee moet bekostigen. In 2009 bedraagt de factuur 99,60 euro voor jeugdverblijfcentra waar maximaal vier werknemers werken in de keuken.

Enkel zelfkook
Voor huizen die zelfkook aanbieden, ligt de verantwoordelijkheid op het vlak van voedselveiligheid bij de groep die kookt. De uitbater verhuurt enkel een gebouw (met keuken), het is aan de jeugdgroep om zelf te beoordelen of hierin op een verantwoorde manier kan gekookt worden. Toch wordt aan jeugdgroepen niet gevraagd om de HACCP-richtlijnen te volgen (zoals die voor volpensionhuizen wel gelden), wel dient een minimum aan hygiëne in acht te worden genomen. Los van verantwoordelijkheid, is het uiteraard een dienstverlening om aan de groepen een keuken te kunnen aanbieden die hygiënisch koken mogelijk maakt. De tips uit HuisWerk komen daarom ook van pas voor zelfkookhuizen.
Zowel volpension als zelfkook
In jeugdverblijfcentra waar zowel volpension als zelfkook mogelijk is, is het principe eveneens: wie de maaltijd bereidt, is verantwoordelijk. Bij volpensionmaaltijden is de uitbater dus verantwoordelijk, bij zelfkook draagt de uitbater geen verantwoordelijkheid.
Traiteurdienst
In huizen waar gewerkt wordt met een traiteur, dient de traiteur gekend te zijn bij het Voedselagentschap. Best is dat de traiteur rechtstreeks levert aan de groep. Uitbaters die bijv. zelf nog het eten opwarmen, worden opnieuw deel van de voedselketen en kunnen dus ook aansprakelijk worden in geval van problemen.
Drank en/of versnaperingen

Jeugdverblijven die drank en/of kleine versnaperingen (chocolade, chips ...) verkopen, moeten zich laten registreren bij het Voedselagentschap. Gratis aanbieden kan wel zonder registratie.

Lees meer over de keuken in HuisWerk.
Daglokalen

Dat daglokalen in een jeugdverblijf zinvol zijn, staat buiten kijf. Maar wat zijn daglokalen? In principe bestaat daarvan geen definitie. Het decreet 'toerisme voor allen' verplicht jeugdverblijven van het type C wel over twee dagzalen te beschikken met een minimumcapaciteit van 15 personen. Per schijf van 40 extra bedden moet er een dagzaal voor 15 personen worden voorzien. Voor jeugdverblijven van het type A en B werd op de website jeugdverblijven.be een dagzaal pas opgenomen wanneer ook die een minimumcapaciteit heeft van 15 personen.

Lees meer over dagzalen in HuisWerk

Slaaplokalen

Kenmerkend aan jeugdverblijven is het aanbieden van overnachting. Hiervoor moet wel aan bepaalde voorwaarden worden voldaan.

De belangrijkste voorwaarde is zonder twijfel de brandveiligheid. Elke slaapruimte is daarom voorzien van één rookdetector die ofwel is aangesloten op een detectiecentrale ofwel autonoom functioneert. De maximale capaciteit van de slaaplokalen wordt als volgt berekend: 4m³ per persoon. Bovendien moet er een vluchtweg voorzien zijn van 0,8m breed.

Andere voorwaarden die de veiligheid en de hygiëne in een slaapkamer garanderen, zijn voldoende verlichting en de mogelijkheid tot verluchten. Voor elke slaapkamer moet er daarom verlichting zijn die is aangesloten op het elektriciteitsnet. Het verluchten gebeurt via ramen, deuren of een luchtverversingssysteem dat in rechtstreekse verbinding staat met de buitenlucht.

Of een jeugdverblijfcentrum bedden aanbiedt, hangt samen met de typering. Een type C biedt minstens evenveel bedden aan als de maximale binnencapaciteit van het verblijf. Daarenboven worden deze bedden ook voorzien van matrassen, kussens, dekens en beschermhoezen. Een type B moet hetzelfde uitrustingsniveau aanbieden, op kussens en dekens na. Een type A hoeft geen bedden te voorzien.

Wie stapelbedden aanbiedt, moet een aantal regels respecteren. Stapelbedden mogen maximaal twee aan twee met de lange zijden tegen elkaar geplaatst zijn. Staan er toch meer dan twee stapelbedden met hun lange zijde tegen elkaar, dan beschikken de middelste stapelbedden over een ladder aan de korte zijde van het bed. Deze moeten wel zo geplaatst zijn dat evacuatie van personen zowel uit de onderste als bovenliggende bedden hierdoor niet wordt gehinderd .
Lees meer over slaaplokalen in HuisWerk
Meubilair

De eisen voor meubilair in een jeugdverblijf liggen hoog omdat het niet altijd gebruikt wordt waarvoor het precies gemaakt is. Meubilair voor een jeugdverblijf kiezen is hierdoor geen gemakkelijke opdracht.

Het meubilair moet stevig, praktisch hanteerbaar, veilig maar bovenal ook betaalbaar zijn. Andere aandachtspunten zijn de toegankelijkheid van het meubilair voor personen met een handicap en de ecologische voetafdruk bij productie.

Lees meer over meubilair in HuisWerk

Verlichting

Verlichting vergt energie. Energie opwekken belast het milieu en wordt steeds duurder. Daarom is het aangewezen dit verbruik onder controle te houden. Tegelijk worden de comforteisen van jeugdgroepen steeds groter. Dit alles maakt efficiënt verlichten tot de norm.

Efficient verlichten betekent goede keuzes maken. Juist voldoende verlichten, een energie-efficiënte en jeugdvriendelijke lichtbron en -armatuur kiezen en een

gepaste sturing (bv. sensoren) gebruiken. Daarvoor is technische kennis en praktijkervaring nodig.

Lees meer over verlichting in HuisWerk.

Meer info:
* Keuze lichtbron
* Premie